Water
2026 10 Flab, Marijke Wagner
Ik zag verschillende aardedeeltjes bewegen en enkele groene draden die de vorm hadden van koelspiralen van een distelleerapparaat, maar waren zo groot als een mensen haar.
Dit schreef Anthonie van Leeuwenhoek in september 1674 aan de Royal Society in Londen, de Britse Academie voor wetenschappen over wat hij door zijn microscoop zag. Hij was gefascineerd door de microscopie en begon rond 1673 zijn eigen microscopen te maken. Hij bekeek van alles, haren, nagels, sperma, bloed, zweet en tranen. Van Leeuwenhoek zag dat slootjes ’s winters meestal helder zijn, maar in het voorjaar en de zomer vaak troebel. Wat maakte dat water troebel? Hij bekeek een druppel door zijn microscoop en stuurde bovenstaande waarneming naar de Royal Society. De ‘koelspiralen’ die hij zag waren zeer waarschijnlijk groene draadalgen van het geslacht Spirogyra.
De spiraal die je op de foto ziet is de chloroplast, de reden dat de cel, c.q. de plant groen is. Groenalgen hebben net als planten die op het land groeien zonlicht nodig voor fotosynthese. Dat is het proces waarmee ze van water en koolstofdioxide met behulp van de energie uit dat zonlicht, suikers en zuurstof maken. Kortom ze maken hun eigen voedsel. De spiraalvorm van de chloroplast is uiterst efficiënt. Door die vorm kan er een lange chloroplast in een kleine cel worden ‘gepropt’, dat wil zeggen maximale lichtopbrengst! Spirogyra-draden zien er onder de microscoop prachtig uit, zeker als je ze 350 keer vergroot zoals op de foto. Maar als Spirogyra met veel is, kan dat een negatieve invloed hebben op het leven in de sloot. Samen met andere soorten draadalg vormt Spirogyra flab (Floating algae beds). Groene drijvende matjes. De matjes ontstaan bij opwarmend weer en veel beschikbare voedingsstoffen in het water. Flab is dus eigenlijk geen goed nieuws. De draadalgen groeien erg snel en de matjes worden matten. Daardoor komt er niet meer voldoende zonlicht in het water voor de planten en algen die dieper zitten. Als het nog warmer wordt gaat de flab rotten met akelige gevolgen voor het leven in de sloot (stank, zuurstoftekort en troebelheid). Flab zien is makkelijk, want zo schoon zijn onze sloten niet meer. Een enkele Spirogyra zien is lastiger (je heb er een microscoop voor nodig) maar er valt onder water veel meer te zien.
Volgend jaar juni (4 t/m 6) organiseert IVN opnieuw de Slootjesdagen. IVN-afdelingen organiseren door heel Nederland activiteiten langs de waterkant. Kinderen, leerkrachten en (groot)ouders kunnen dan zelf op onderzoek uit gaan, gewapend met schepnet, waterbak en loeppot. IVN Natuurgidsen helpen bij het ontdekken van dieren en planten in en rond de sloot. In de hoop op weinig flab.
Marijke Wagner
IVN Amstelveen
Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.