Close-up van paarse bloemknoppen en groene stelen tegen een wazige achtergrond. Bloemen en planten

2026 07 Bosje bloemen, Aleid Offerhaus

Terwijl ik dit schrijf, staat het produkt van mijn vooronderzoek op tafel: een prachtige bos Tracheliums, Phloxen en Delphiniums. Over de productie van snijbloemen kan je een boom opzetten, maar in deze column kijken we naar hun oorsprong.
De halsbloem (Trachelium caeruleum) kwam ooit alleen in het Westen van het Middellandse-zeegebied voor en op Madeira en de Azoren. Dat weten we nu, maar iemand als Giovanni Pona (1565-1630) had nog te weinig informatie over haar verspreiding. Van hem weten we wél dat ze rond 1600 in het gebied rond de Monte Baldo, oostelijk van het Gardameer, groeide. Pona, Venetiaan, schonk planten of plantenzaad aan Nicolo Contarini (1553-1631), de doge van Venetië, die haar in zijn eigen tuin cultiveerde. Daar had hij naast het besturen van de republiek en het bestrijden van de pest blijkbaar nog tijd voor. De halsbloem is een ‘klokje’ en heeft net als het overal-bloeiende kruipklokje (Campanula portenschlagiana) vergroeide kroonbladeren, maar met een kroonbuis die extreem lang en dun is (vandaar ‘hals’-bloem). Ze houdt van schaduwrijke muurtjes (rotsen kwalificeren ook).
De vlambloem (Phlox maculata) kwam alleen voor in Noord-Amerika. Mossen- en insectenkenner William Vernon (1666-1711) nam de plant mee uit Maryland, waar ze o.a. vochtige graslanden bevolkt; de bekende plantkundige John Ray (1627-1705) beschreef haar en de rest is geschiedenis. Haar familie is een beetje obscuur, overwegend Amerikanen, maar leden van het geslacht Polemonium, zijn echte globetrotters en één daarvan, de Jacobsladder, is een bekende tuinplant.
De ridderspoor (Delphinium ajacis), een ‘boterbloem’, heeft haar Nederlandse naam te danken heeft aan het langwerpig aanhangsel van de bloem dat gevuld is met nectar, alleen te nuttigen door lang-tongige bestuivers of slimmeriken die er een gaatje in knabbelen. Van nature kwam ze alleen voor in het zuiden van Europa en in zuidwestelijk Azië. Ze houdt van droge, warme plekken, is erg giftig en was daarom een bekende medicinale plant, waarmee je in het gunstigste geval van je oogontsteking genas.
Het verschil met de wilde planten wordt steeds groter, omdat snijbloemen constant worden ‘verbeterd’ en ook niet meer gewend zijn aan de omstandigheden waaronder ze van nature groeien. Daarom is het goed om te beseffen dat ze ooit ergens in het wild verzameld zijn voordat ze hun grote reis naar de bloemist om de hoek begonnen. De leefomgeving (habitat) van de meeste wilde planten staat wereldwijd onder druk. Laten we hopen dat de bloemenstal straks niet de laatste plek is waar je ze nog kan bewonderen.

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.

Foto Aleid Offerhaus, microscoop-opname van de kroonbuis van de halsbloem

 

Ontdek meer over

Deel deze pagina