Insecten en bodemdieren
2026 06 De geboorte van een vlinder, Aleid Offerhaus
Dat je insecten tegenkomt tijdens het inventariseren van planten op een begraafplaats, is niet zo vreemd, maar dat je al doende getuige bent van de geboorte van een vlinder op de zijkant van een eeuwenoud graf is op z’n zachtst gezegd bijzonder.
Net uit haar pop gekropen was deze ‘huismoeder’ (Noctua pronuba) nog bezig haar vleugels (of ‘zijn’ vleugels) op te pompen en al kijkend zagen we ze groter en langer worden. Met ons zal ze niet blij geweest zijn, want tijdens het oppompen van haar vleugels is de vlinder een ‘sitting duck’: ze kan geen kant op.
Hoe kwetsbaar zo’n vlinder ook is, er zijn een aantal dingen die haar overleving helpen: ze kan uiteindelijk wegvliegen, en als ze opvliegt verschijnen er vanonder haar prachtige, maar niet heel erg opvallende voorvleugels, oranje achtervleugels. Het plotselinge zichtbaar worden van die felgekleurde achtervleugels, brengt de eventuele belager zodanig van z’n à propos, dat de vlinder tijd heeft om te ontsnappen. Ook de rups is niet weerloos. Tegen september kruipt ze onder de grond. Als het niet te koud is, kruipt ze er met enige regelmaat ‘s nachts weer uit. Als de tijd daar is begint de rups aan haar verpopping. De uiteindelijke pop lijkt nog weerlozer dan de net ontpopte vlinder, maar haar buitenkant is hard en bruin, en verstopt in de grond is ze redelijk veilig. Het verpoppen zelf is het zoveelste natuurwonder. Hoewel er kleine basisstructuurtjes bewaard blijven, wordt de rest van de rups met behulp van enzymen opgelost. In de pop zit dus een soort rupsensoep, waaruit later een heuse vlinder ontstaat, de echte metamorfose.
Als het zoals afgelopen tijd erg droog is gaan de vlinders in zomerslaap (aestivatie), net zolang tot er weer voldoende planten zijn om van te eten en eitjes op af te zetten. De vlinder leeft na haar metamorfose lang genoeg om te paren en – als het een vrouwtje is – eitjes af te zetten, maar niet zo lang als de uitkomst daarvan, de rups, die negen maanden lang op deze aarde rondkruipt om zich daarna te verpoppen.
Haar wetenschappelijk naam, Noctua pronuba, is al even onzinnig als haar Nederlandse naam, ‘huismoeder’. Noctua is een geslacht van nachtvlinders, die uilen (!) genoemd worden, maar een ‘pronuba’ was in de klassieke oudheid een oudere vrouw, die meisjes koppelde aan een potentiële echtgenoot. Dat ook andere vlinders van soortnamen als ‘verloofde’ of ‘bruid’ werden voorzien, zegt meer over de naamgever, Carl Linnaeus (1707-1778), dan over de vlinders zelf.
Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen
Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.