Bloemen in een groene tuin met rivier op de achtergrond. Cirkel markeert oranje bloemen. Bloemen en planten

2026 05 Bermen, Aleid Offerhaus

Aan de laan met de waakzame populieren, de Groenelaan, heeft de gemeente ooit honderden tulpen aangeplant. Dat had iets, als ik het me goed herinner, met Casema te maken en geld dat overbleef. Het was een mooi gebaar, het planten van tulpenbollen, maar het heeft uiteindelijk iets anders uitgepakt. Een strook met tulpen is altijd een vrolijk gezicht, hoe bijzonder het ook eigenlijk is dat deze van oorsprong uit West-Azie afkomstige bloeiers nu typisch Nederlandse planten zijn, maar de desbetreffende strook waar de bollen uiteindelijk zijn geplant, was al bezet. Het is een stuk waar van alles groeit: van Ossetong (overblijvende-), Vogelmelk (gewone- en pyramide-), Koekoeksbloem (avond-), Beemdooievaarsbek tot Fluitekruid. Ik vermoed dat ze ooit ingezaaid is. Het is geen ruigte, maar wel een plek waar veel ruigteplanten groeien, geen ruige botanische types die geen tegenstand tolereren en hun problemen op gewelddadige manieren oplossen, maar robuuste planten, die zichzelf redelijk goed in stand kunnen houden. Naast een berm, die dagelijks door auto’s, fietsers en voetgangers gepasseerd wordt, is het natuurlijk ook een toevluchtsoord voor insecten en dieren die in de tamelijk stressvolle stedelijke omgeving weinig plek hebben. Nu wordt deze ‘ruige’ berm langs de Groenelaan keurig door de gemeente beheerd. Een keer per jaar wordt er gemaaid en het maaisel weggehaald, maar de tulpjes zie ik al 18 jaar lang pogingen doen om boven de bestaande vegetatie uit te komen om met hun prachtige kroonbladeren te wapperen en ieder jaar lukt het ze net niet. Op hun hoogtepunt zijn ze al overschaduwd door hun buren. Respect voor de tulpjes maar groter respect voor die groene berm die een groot deel van het jaar een spectrum aan bloeiende planten levert, die niet altijd groots en spectaculair zijn, maar voor kriebelbeestjes des te belangrijker. Het is fijn dat de gemeente de bermen nu meer met rust laat en het planten- en insectenleven wat respijt gunt. De berm loopt nu letterlijk over van de vogelmelk, een soort die wel van ruig houdt (maar ook van populieren) en gelukkig geheel zelfstandig bepaalt waar ze wil groeien. Over de bermen die door heemplanten bewoond worden heb ik het nog niet eens gehad. Gisteren fietste ik op normale snelheid langs de Beneluxbaan, een vrij eentonige fietsroute, maar tussen Zonnestein en Kronenburg viel ik bijna van mijn fiets af. Een tapijt van Veldsalie en Karthuizer anjers rolde voor mij uit.  Wie ogen heeft om te zien…

 

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.

Ontdek meer over

Deel deze pagina