Bloemen en planten
2026 04 Kleur, Aleid Offerhaus
Een Engelse uitdrukking in een Nederlandse column is een zwaktebod, maar soms is een andere taal gewoon beter: Beauty is in the eye of the beholder. Met deze uitdrukking geef je aan dat wat mooi is wordt bepaald door de waarnemer, iets waar ik mij helemaal in kan vinden. Mijn vrij belabberde vertaling, ‘Schoonheid bevindt zich in het oog van de waarnemer’ klinkt niet erg poëtisch, maar het is waar dat het voor ons zichtbare licht, dat door je ooglens op de achterkant van je oog, de retina, valt, door miljoenen lichtgevoelige cellen, w.o. de staven en kegels, vertaald wordt in contrast en kleur en als die combinatie door jou vertaald wordt in schoonheid, wie ben ik dan om daar iets van te zeggen.
Overal waar je nu kijkt, in Amstelveen en elders, zie je, te midden van het groen, kleine kleur-explosies, die het oog strelen, maar er zeker niet alleen staan om ons te behagen.
Bij de verfwinkel kan je staalkaarten vinden van alle beschikbare kleuren, maar voor echte staalkaarten moet je nu naar buiten. Alle nuances van blauw, paars, geel en wit schieten nu uit de grond in de vorm van holwortel, paardenbloemen, narcissen en hyacinten (en nog zowat).
Dit spectrum aan bloemkleuren hebben we aan insecten te danken. 300 miljoen jaar geleden droogde het wereldwijde moeras op dat de aarde tot dan toe bedekte en naast varens en mossen, die met sporen hun voortbestaan verzekeren, ontwikkelden sommige planten bloemen. Dat deden ze samen met insecten, die zorgden voor bestuiving en bevruchting door van bloem naar bloem te vliegen, een bijzonder staaltje coevolutie. Planten profiteren van die kriebelbeestjes en als dank voor geleverde diensten produceren ze nectar of bieden nestgelegenheid. Om de juiste bestuivers aan te trekken komt de kleur van de bloemen goed van pas. Door de kleur en de contrasten op de bloembladen, het honingmerk, is het voor insecten mogelijk om de juiste bloem te vinden. Om die kleur snel en goed te kunnen zien, hebben insecten meerdere ogen, soms wel 30.000, zoals sommige libellen. Wij hebben maar twee ogen, precies genoeg om van die kleurenpracht te genieten. Ook bestuiven mensen niet, maar dragen wel bij aan de verspreiding van sommige bloemplanten, omdat we ze nuttig, lekker of mooi vinden door ze te kweken. Kleuren roepen emoties op, van rode rozen en verkeerslichten tot blauwe druifjes en zwaailichten. We kunnen kleuren niet aanraken, maar kleuren raken ons wel.
Aleid Offerhaus, fotografie Carla de Bruijn
Natuurgids IVN Amstelveen
Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.