Insecten en bodemdieren
2026 03 Wilgenroosjes, Ton Zijp
Je hebt het Harig wilgenroosje en daarnaast bestaat ook het Wilgenroosje. Twee totaal verschillende organismen, de eerste is een plant, de tweede wordt veroorzaakt door een mug die je over het algemeen alleen tegenkomt in de vorm van een gal. Maar ze delen in de Nederlandse taal dezelfde naam. Erg verwarrend als je een poging wilt doen uit te leggen wat voor gal het Wilgenroosje is. Dat is misschien ook wel de reden dat de naamgever van deze gal er het volgende van heeft gemaakt: (Gewone) wilgenroosjesgalmug. Wat zoveel wil betekenen dat de oorzaak van dat ‘bloemetje’ tussen normale bladeren op een wilg wordt veroorzaakt door een mug. Een galmug dus.
Wat er ‘gewoon’ aan deze gal is blijft echter een vraag die een tijdje in je hoofd na blijft dreunen, vooral omdat de poëzie van de vroegere naam is weggehaald. Bij eerste aanschouwing van dit ‘Wilgenroosje’-verschijnsel ben je namelijk al snel geneigd een tijdje te gaan staren naar de woelende kronkels van de wilgenblaadjes, hun verstrengeling in en over elkaar tot een ogenschijnlijk groen bloemetje. Dat is in de lente, als de gal zeg maar net gevormd is. Laat er de seizoenen herfst en winter overheen gaan en vergrijzing ontstaat, later overgaand in een bijna houtbruine kleur. De ‘echte’ wilgenbladeren, niet door galmuggen aangetaste bladeren die niet bestand zijn tegen koudere temperaturen, vallen van de takken, en geven zodoende het Wilgenroosje de gelegenheid de aandacht van voorbijgangers te trekken. Vreemd genoeg, ondanks hun vreemde vorm en het feit dat ze als enkelingen aan de wilgentakken blijven hangen, worden ze zelden opgemerkt. Dit in tegenstelling tot de gallen die door galwespen op wilgenbladeren (over de diversiteit in verschijningsvorm van wespengallen op eiken zullen we het voor het gemak maar niet hebben) worden veroorzaakt: de meeste daarvan presenteren zich als rode vervormingen van het wilgenblad, zijn dan vaak fel rood of anders zorgen ze ervoor dat de bladrand om gaat krullen. Als de herfst zich laat gelden vallen die bladeren, net als de onaangetaste, op de grond, zodat de galwesp zich in het bladafval kan verpoppen tot volwassenheid. Elke soort wilg heeft zijn eigen galwespensoort, soms wel meerdere, maar ze verdienen geen van allen de schoonheidsprijs. Dit laatste natuurlijk als je ze afzet tegen de galverschijning van het Wilgenroosje. Een sierlijk groene bloem, waar vind je die in de rest van de natuur?
In Amstelveen zelf ben ik er nog geen tegengekomen. Maar als je vanaf de Oude Karselaan het Amsterdamse Bos betreedt, daarna goed om je heen kijkt waar wilgen staan, dan straks als de lente goed op gang is gekomen kan je zomaar, tussendoor de duizenden doodgewone wilgenbladeren, daar het wonder van de groene bloem ontwaren. Laat ze daar hangen, neem ze niet mee, want de bruine wintertooi is ook bewonderenswaardig mooi.
Ton Zijp
Natuurgids IVN Amstelveen
Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.