Paarse viooltjes tussen groen gras met takjes en herfstbladeren verspreid over de grond. Bloemen en planten

2026 03 Maarts viooltje, Aleid Offerhaus

Op de lijst met medicinale planten die Caspar Commelin (1668-1731), verbonden aan de Amsterdamse Hortus botanicus, 330 jaar geleden publiceerde, prijkt ook het Maarts viooltje. Helemaal zeker weten we het niet, maar de naam – Viola martia – en de mededeling dat ze enkelbloemig is en paarse, geurende bloemen heeft, suggereert dat we hier met het Maarts viooltje te maken hebben. Het lijkt overbodig om het zo op te schrijven, maar voordat Linnaeus orde in het land van de plantennamen schiep, kon een plantensoort vele namen hebben en zonder de levende (of gedroogde plant) erbij was het soms gissen naar haar identiteit. In het geval van een viooltje is dat zo erg nog niet, maar wil je planten gebruiken om anderen beter te maken dan verdient het aanbeveling om te kijken of je bessen van de wolfskers voor je hebt of die van de zwarte bes.

Als het, zoals nu, opeens voorjaar is geworden, ligt de natuur voor het oprapen. Krokussen, narcissen, zingende heggemussen, roffelende spechten, eindeloze molshopen van verliefde mollen (ondergronds daten is niet makkelijk): te veel, kortom, om op te noemen.  Fietsen is een patente manier om materiaal voor columns te vergaren en toen ik langs een grasveldje in Middenhoven reed zag ik een cluster bloemen, die opvielen door hun kleur. Eerst dacht ik dat het de bloemen van de paarse schubwortel waren (meer heeft ze niet, overigens), een interessante plant, die met behulp van wat rudimentaire worteltjes op de overvloedige voorjaarssappen van bottende bomen teert. Licht teleurgesteld stelde ik vast dat het om viooltjes ging. Volstrekt onterecht, want het Maarts viooltje is niet alleen best zeldzaam (behalve in Amstelveen natuurlijk), maar ook haar kleur en geur zijn bijzonder. Medicinale planten werden in de tijd van Commelin nog toegepast op basis van de vier-lichaamssappen-leer uit de tweede eeuw. Als die niet in evenwicht waren, dan waren er specifieke planten die je kon gebruiken om dat evenwicht weer terug te krijgen. De eigenschappen van het (Maarts) viooltje waren nodig om ‘het koude en droge sap’ te herstellen en siroop van de bloemen werd o.a. gebruikt voor het behandelen van longontstekingen.

Insecten zijn er in het vroege voorjaar niet in overvloed en dus heeft Maarts viooltje een alternatief voor bestuiving: aan haar zaad zit een klein stukje zetmeel vast, het zogeheten mierenbroodje. De mieren, die op het zetmeel afkomen, nemen nillens willens ook het zaad mee. Mier tevreden en voortbestaan verzekerd, mooier kan het haast niet.

Op de foto zijn het honingmerk (in het hart van de bloem) en de spoor (aan de achterkant) zien, waar de nectar zit voor de verdwaalde bestuiver.

 

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.

Ontdek meer over

Deel deze pagina