Boom met kale takken, kerk in de achtergrond, eenden in een kleine vijver op de voorgrond. Bomen en struiken

2026 01 Gallen en schimmels, Henk Breij

Dit is al mijn derde column over gallen in een tijdsbestek van 2 jaar, ik krijg er maar geen genoeg van. Gallen zijn niet alleen coproducties van insecten en planten, maar heel vaak spelen ook schimmels een rol in het proces.

Schimmels en Gallen I
Breedvoetvliegen leggen hun eitjes in verschillende soorten paddenstoelen. Onder invloed van het gevreet van de larven begint zo’n paddenstoel een gal te maken, een schuilplaats en voedselbron voor de jonge vliegen. De bekendste zijn de gallen aan de onderkant van de platte tonderzwam, maar er zijn ook gallen te vinden op andere paddenstoelen zoals parasolzwammen, champignons en honingzwammen. Elke breedvoetvliegensoort heeft zijn eigen paddenstoel. De vlieg die de platte tonderzwam gebruikt heet toepasselijk de tonderzwambreedvoetvlieg, en ja ze hebben inderdaad brede voetjes.

Schimmels en Gallen II
Sommige schimmels doen hetzelfde als insecten die planten aanzetten tot galvorming. De heksenbezems in berken worden veroorzaakt door een schimmel die ervoor zorgt dat de boom een woud aan kleine takjes gaat maken i.p.v. normale takken, een heksenbezem. De schimmel “woont” in deze bezem en produceert sporen op de onderkant van de blaadjes.
Een andere schimmel uit hetzelfde geslacht zorgt voor merkwaardige uitgroeisels aan elzenpropjes, de zogenaamde elzenvlaggen. Een derde soort verminkt de vruchten van sleedoorn en kersenbomen. Ze worden narrentasjes of hongerpruimen genoemd. Zowel de “vlaggen” als de “tasjes” worden gebruikt om de sporen van de schimmel te verspreiden.

Schimmels en Gallen III
De meest bijzondere combinatie vind je terug in de zogenaamde Ambrosiagallen.
Deze gallen worden vaak veroorzaakt door muggen, waarvan de larven een nogal delicaat spijsverteringsstelsel bezitten. Hun larvenmaagjes verdragen geen voedsel dat direct afkomstig is van planten, het moet als het ware eerst een extra voorbewerking ondergaan alvorens het de goedkeuring van de jonge muggen kan krijgen. De mug heeft hiervoor een speciale samenwerking met een schimmel ontwikkeld, een samenwerking die de schimmel toevallig ook heel goed uitkomt; u begrijpt het al, we hebben het hier over een symbiose. Als de mug, met de prozaïsche naam schimmelende bremgalmug, in de zomer een eitje legt op het vruchtbeginsel van een brem, dan komen er ook schimmelsporen mee, die waarschijnlijk aan de pootjes van mug zijn blijven zitten. Onder invloed van het geknaag van de muggenlarve ontstaat nu een gal waar een schimmel in zit. Deze schimmel begint te groeien in de gal en leeft van plantenmateriaal. De muggenlarve leeft op zijn/haar beurt van de schimmeldraden, hoe kun je het bedenken. Dit soort gallen, die veelvuldig in de natuur voorkomen, worden Ambrosiagallen genoemd. Het voedsel zal voor de muggenlarven inderdaad als Ambrozijn smaken, de godenspijs waar Zeus, Apollo en Aphrodite zo dol op waren.

Henk Breij
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekenaar.

 

Deel deze pagina