2019 08 Bloemenpracht in het Schinkelbos, Henk Breij

Het is precies twintig jaar geleden dat het Amsterdamse Bos werd uitgebreid met een nieuw stuk: het Schinkelbos. In de begintijd waren het vooral de bijzondere vogels die de aandacht trokken, met soorten als kluut, lepelaar, zilverplevier en diverse soorten strandlopers. De nieuwe aanwinst heeft zich echter op een eigen manier ontwikkeld tot een stuk natuur met een bijzonder karakter. In de hoogzomermaanden juli en augustus is het Schinkelbos een waar bloemenparadijs met de daarbij behorende insectenrijkdom. Op een mooie maandagochtend in de eerste helft van augustus maak ik een wandeling op zoek naar deze bloemenrijkdom. Als ik het fietspad in loop staan er links en rechts van het pad al enorme hoeveelheden blauwe knoop en geel bloeiende pastinaak. Verder zie ik wilde peen en boerenwormkruid. Pastinaak en wilde peen zijn de voorlopers van deze veel gegeten groenten.

Ik ben geen specialist op botanisch gebied, dus heb ik een digitale steun meegenomen om planten, die ik niet, ken te determineren. Op mijn telefoon heb ik het programma SEEK staan dat me assisteert. Je maakt een foto met je telefoon en het programma zal het in veel gevallen op naam brengen. Als ik linksaf het wandelpad op ga zie ik duizendblad (Achillea millefolium) staan en een soort die er veel op lijkt, maar heel andere blaadjes heeft. SEEK zegt toch dat ook dit duizendblad is, maar daar trap ik niet in. Thuis kom ik erachter dat het om wilde bertram gaat. Beide soorten werden en worden nog steeds gebruikt als medicinaal kruid. De geslachtsnaam Achillea gaat terug op de Griekse held Achilles, die de plant gebruikte om zijn gewonde strijders mee te verzorgen. Verder wemelt het hier van de heelblaadjes, een plant die in het verleden ook al werd gebruikt vanwege de helende werking. Een stuk verderop zie ik een wat houtige plant die mij aan een heidesoort doet denken. SEEK zegt dat het rode ogentroost is. Thuis blijkt de determinatie correct te zijn. Zoals de naam al aangeeft biedt een aftreksel van de plant soelaas bij branderige ogen.

Net als ik denk dat het een echte plantenwandeling zal worden stuit ik op een echtpaar dat bezig is vlinders te fotograferen. Ze wijzen me op het landkaartje en het bonte zandoogje. Verder wemelt het er van de distelvlinders, die dit jaar enorm talrijk zijn. Als ik weer verder loop kom ik op bloeiend koninginnekruid zowel distelvlinders als de verwoestend mooie atalanta tegen. Halverwege de rondwandeling kruis ik het fietspad aan de westkant van het bos. Hier staan veel kaardebollen, zowel de grote als de kleine. De stekelige roze bloemen trekken veel insecten aan. Sommige kruidenartsen gebruiken een tinctuur van de plant als behandeling bij de lastige te bestrijden ziekte van Lyme.

Ik maak mijn wandeling af en kom tot de conclusie dat het Schinkelbos is uitgegroeid tot een volwaardig, geheel eigen onderdeel van ons Amsterdamse Bos.


Henk Breij
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.