2017 03 Ruimte, Aleid Offerhaus

Ruimte is een raar begrip. Wat voor de één een dubbele carport is, is voor de ander een uurtje zonder kinderen de deur uit. Als ik ruimte wil, ga ik fietsen. Ik fiets veel.

Ruimte is niet alleen fysieke ruimte. Soms is ruimte geestelijke ruimte, ruimte in je hoofd, ruimte om de zaken op een rijtje te kunnen zetten. De KRO heeft er een format van gemaakt, maar ook weg van de buis is het een goeie formule: neuzen dezelfde kant op, even geen mensen, maar bomen of ander rustgevend groen om je heen en voor je het weet praat je over alles wat het leven het leven waard maakt.

In Amstelveen zijn wij gezegend met heel veel ruimte. In Amsterdam wonen er per km2 2,5 keer zo veel mensen. Hoewel het principe van het Algemene Uitbreidingsplan uit 1934 gehandhaafd bleef (iedere inwoner van Amsterdam moest in ca.10 minuten buiten, in een park of een bos, kunnen zijn) en op de kaart zichtbaar is in de zogeheten scheggenstructuur, moeten onze buren net een tandje meer bijzetten om buiten te kunnen zijn.

Er zijn in Amstelveen - los van de prachtige heemparken- een aantal plekken waar je je echt buiten kan wanen. Het Amsterdamse bos is heerlijk, maar blijft - hoe verwilderd ook - een prachtig aangelegd park. Bovendien is een stil bos met de uitbreiding van Schiphol en de almaar drukker wordende A9 blijkbaar niet meer van deze tijd.

Over de Bovenkerkerpolder kan ik alleen maar lyrisch zijn. Hij lijkt zo saai en vlak vanaf de zijkant, maar loop je er in, dan merk je hoe 'heuvelachtig' hij eigenlijk is. Hij is dooraderd met oude rivierkreken. Als je weet waar je kijken moet, zie je ze overal. De beddingen van prehistorische veenriviertjes, die vroeger op de Amstel afwaterden, zijn na het vervenen en droogmalen nog steeds zichtbaar. Kostbaar het landschap waar je de geschiedenis nog aan kan aflezen! Wij, Amstelveners hebben dat landschap zo gemaakt. In die zin is er niets natuurlijks aan. Als de Saoedi's van de Gouden eeuw hebben we het land ten zuiden van Amsterdam verveend en drooggemalen. Zonder Amstelveen (veen=turf=brandstof) was er geen Amsterdam geweest. De turf, die de Amsterdammers uit Amstelveen haalden, diende de handel, de huishoudens en scheepswerven, waar de stad groot mee werd. En wij, wij hebben nu een prachtige polder die we - als we verstandig zijn - blijvend koesteren om zijn uitgestrektheid, zijn stilte, zijn natuurschoon en zijn bewoners, die de polder gebruiken als plek om te pleisteren of te broeden (en dan heb ik het nog niet over de agrariërs); kortom de ruimte die nodig is om jezelf overbodig te voelen. De Grutto die het elders zo moeilijk heeft zal je hier in april, baltsend en roepend, door de lucht zien buitelen of later - in zijn rol van verantwoordelijke ouder - alarmerende duikvluchten naar indringers zien maken; Gele kwikstaarten zitten er plompverloren op het pad; de Slechtvalk houdt hier zijn winterreces. De Grote zilverreiger is er jaarrond, maar soms lijkt het alsof hij boompje verwisselt met de Lepelaars.

Ik ben er 's ochtends vroeg. Het is koud en heel erg mistig, totdat de zon opkomt en zich een schouwspel voor mijn ogen voltrekt dat iedere beschrijving tart. Langzaam lost de mist op in de stralen van de ochtendzon en de polder openbaart zich.

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.