2016 08 Een snelle duiker, Gert-Jan Roebersen

In mijn studententijd (zeker 50 jaar geleden) gingen wij wel eens zeilen op de Loosdrechtse Plassen. We wezen elkaar dan op een fraaie maar schuwe vogel, die gauw onderdook als je te dichtbij kwam. Tegenwoordig kom je de fuut zwemmend in stadsgrachtjes tegen. Ik heb er zelden een zien vliegen (ze kunnen het wel), maar ze kunnen prima zwemmen en duiken. De fuut is gemakkelijk te herkennen aan zijn lange slanke verschijning. Op het land blijkt hij zich onbeholpen te bewegen op zijn ver naar achteren geplaatste poten. Oorspronkelijk noemde daarom Martinus Houttuyn, een 18e-eeuwse arts die Nederlandse namen gaf aan door Linnaeus beschreven diersoorten, het beest aarsvoet; aars was niet netjes, dus werd het foet of fuut. Die “aarsvoeten” geven het dier wel de mogelijkheid goed te duiken en onder water te zwemmen. Als een fuut duikt, zie je hem pas een heel eind verder weer boven komen.

IVN AmstelveenIn het voorjaar zijn de futen extra mooi met pluimen en kragen op de kop. Zij hebben een spectaculaire balts, waarbij zij naast elkaar zwemmen met schudden van de kop en knikken van de hals. Nog mooier is het baltsgedrag van een tropische futensoort, te zien op de films van Richard Attenborough, waarbij het paar zij aan zij heen en weer rent over het water, een ware pinguïndans.

Een leuk gezicht zijn de gestreepte jonge futen, die bij hun ouders op de rug zittend “meevaren”. Als de jongen groter zijn blijven zij vaak nog piepend bij de ouders om voedsel bedelen.

Behalve de gewone fuut komt bij ons in de buurt de minder algemene soort dodaars voor. De dodaars (dot-aars, een dot veren bij alweer die aars) is onze kleinste fuut. Het is niet gemakkelijk om dit beestje in de kijker te krijgen, want hij duikt frequent onder en blijft langdurig onder water. Vaak moet je een waterplas (bijvoorbeeld in het Schinkelbos) enige tijd in de gaten houden om de dodaars te ontdekken. Hij maakt een merkwaardig hinnikend geluid, dat veel vogelaars wel eens hebben gehoord maar niet direct met de dodaars associëren.

Een bijnaam van de dodaars in jagerskringen is “hagelzakje”. Het afgestroopte huidje van het beest was geschikt om hagelkorrels in te bewaren… Verder is het dier te klein en te vissig van smaak om op te eten; tegenwoordig worden ze gelukkig met rust gelaten. 

Gert-Jan Roebersen
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.