2016 01 Jakoba Mulder, de juffer in het bos (1900-1988), Aleid Offerhaus

Natuur, daar kan je wel een heel bos van bomen over opzetten: wat het is, wat natuur voor ons betekent, hoe we natuur definiëren, hoe we natuur het liefst ervaren, of we natuur ook kunnen maken of dat natuur alleen maar terug naar vroeger is. Aan de ene kant weten de mensen meestal wel wat je bedoelt als je het over natuur hebt, maar een precieze definitie van natuur kunnen de meesten toch moeilijk geven.

En toch is het belangrijk om – hoe lastig ook – erover na te blijven denken. Als er aan het eind van de negentiende eeuw niet een Amsterdamse schoolmeester was geweest die bijna eigenhandig een biologisch reveil in gang had gezet, dan had Nederland er nu anders uitgezien.

Dan had u, in Amstelveen, de hond niet in het bos kunnen uitlaten, dan had de buurman zijn rondje hardlopen 'wel kunnen vergeten, dan waren talloze partijtjes bij gebrek aan een kanovijver in het water gevallen, dan hadden we met ons bostheater nooit aan Stratford-upon-Avon kunnen tippen, dan waren de heemparken opgehoogd en volgebouwd en het nu zo wonderbaarlijke heemgroen in Amstelveen was er domweg niet geweest. 

Onverbloemd natuurliefhebber als hij was, zag Jac. P. Thijsse al snel waar het in de Amsterdamse binnensteden aan ontbrak. Met zijn schoolklassen trok hij naar de randen van de stad en liet de kinderen kennismaken met een andere dimensie van het leven: de natuur.

De industriële revolutie baarde namelijk naast een scala aan uitvindingen en gemechaniseerde productieprocessen ook donkere, overvolle binnensteden waar de armsten onder ellendige omstandigheden het hoofd soms letterlijk boven water moesten houden. Voor de stedebouwers een appèl om voor een uitbreiding van de stad te zorgen en voor de natuurliefhebbers om erop toe te zien dat natuur voor iedereen binnen handbereik zou komen.  

Het idee van Thijsse om een bos ten zuiden van Amsterdam aan te leggen vormde de inspiratie voor het uitbreidingsplan, dat met zijn groene scheggen (groene wiggen tussen de nieuwe wijken van Amsterdam) precies dat beoogde: een stad met lichte, zonnige en moderne woningen en de natuur op loopafstand.

Amstelveen Jacoba MulderDe vrouw die het ontwerp van het Amsterdamse Bos – onderdeel van het Algemene Uitbreidingsplan - voor haar rekening nam, was 's lands eerste (vrouwelijke) planologe, ir. Jakoba Helena Mulder. Ir. Cornelis van Eesteren, wiens naam vaak als eerste genoemd wordt in relatie tot dit plan gaf weliswaar de grote lijnen aan, Ko Mulder, zoals ze in haar kring genoemd werd, zorgde voor de invulling.

En daarin is ze heel grondig te werk gegaan. Anders dan toen misschien gebruikelijk was, dacht ze werkelijk na over waar mensen behoefte aan hadden. Daarvoor maakte ze studiereizen naar London, Berlijn en Parijs. Ze kon zich erg vinden in de Engelse landschapsstijl, een op de romantiek geïnspireerde benadering van landschap, die het landschap – hoe kunstmatig ook – een natuurlijke uitstraling gaf, met meanderende lijnen en stukken bos onderbroken door open plekken, maar ze zag ook het belang in van de aanwezigheid van allerlei voorzieningen zoals in de Duitse volksparken. Het hierdoor geïnspireerde quasi-natuurlijke bos vormde de basis voor het Amsterdamse bos met voor elk wat wils of het nu paardrijden, voetballen, vissen of wandelen was.

Die interesse in mensen en wat mensen nodig hebben liet zich ook duidelijk gelden in haar ontwerp van nieuwe Amsterdamse woonwijken, zoals Buitenveldert. In het Amsterdamse Bos is het nog steeds aangenaam toeven, waar je belangstelling ook ligt, en dat is zonder overdrijving te danken aan ir. Jakoba Mulder, de juffer van het bos.

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.