2015 12 Het imago van de regenworm, Aleid Offerhaus

Leven met het imago van een regenworm is geen pretje. Waar je ook kijkt en wat je ook leest, overal staat beschreven hoe verschrikkelijk nuttig het arme beest is: hoe handig voor het verkrijgen van luchtige aarde, hoe efficiënt om vervuilde grond te zuiveren, wat een heerlijk eiwitrijk hapje voor vogels en voor mollen, hoe hij 24/7 bezig is met doen waar hij goed in is: aarde eten. Arme regenworm: hij is niet aaibaar, hij zingt niet, hij is niet mooi, hij is niet zichtbaar: hij is vooral verschrikkelijk nuttig.

Neem je, zoals ik gedaan heb, even de tijd om je in het dier te verdiepen, dan val je van de ene verbazing in de andere.

We beginnen maar met de lichaamsbouw van het wormpje. Waar wij ons vermogen tot waarnemen hebben uitgesplitst en gedelegeerd naar afzonderlijke onderdelen van ons lichaam, is de worm één en al gevoeligheid: hij ziet, hoort, voelt en proeft met zijn hele lichaam: alsof hij – stel ik me zo voor – permanent in een soort lauwwarme rijstebrijberg leeft. De redding van de regenworm is natuurlijk dat hij wel vol met zenuwencellen zit, maar geen centraal zenuwstelsel heeft, zodat getob over de toekomst (of hoe hij in Luilekkerland terecht komt) hem gelukkig bespaard blijft.

Het plannend vermogen van een regenworm is om die reden ook nihil en het lijkt erop dat de worm zelf geen enkele voorstelling heeft van wat hem zou kunnen overkomen (behalve als het echt te  laat is). Zo verdwijnt hij al woelend en voelend in de bek van een meeuw of een mol. De mol – voor zijn overleven afhankelijk van een dagelijkse dosis regenworm – kan wel degelijk goed plannen en heeft de nare, maar efficiënte gewoonte ontwikkeld om de kop van de worm eraf te bijten. Het afbijten van de kop leidt niet tot de dood van de worm (de kop groeit op den duur zelfs weer aan), maar deze is  tijdelijk uit de roulatie en niet in staat om zich uit de voorraadkast van de mol te graven. Zo kan de mol wanneer de honger nijpend is zich aan de worm te goed doen.

Over regenwormseks kunnen we kort zijn. Om te beginnen is het beest tweeslachtig. Het idee daarachter is dat een regenworm geen enkele manier heeft om aan andere regenwormen te laten weten dat hij er is. Proeven met regenwormen laten zien dat als de worm – net als processierupsen overigens – het fysieke contact met zijn soortgenoten verliest, hij ook meteen het spoor helemaal bijster is. Hij moet dus zijn kans (en de worm) grijpen als die zich voordoet en dan helpt het als je van alle geslachten thuis bent. Het vervolg laat ik aan de fantasie van de lezer over: er komt in ieder geval een hoop slijm aan te pas.

Bewegen doet de worm zoals een clown figuurtjes van ballonnetjes maakt: eerst blaast hij zich al etend op met de spieren die zich rondom ieder segment bevinden en door de spieren te strekken die over de lengte van zijn lichaam lopen, kan hij zich voor- en achteruit bewegen.  De borstelhaartjes over zijn hele lichaam zorgen ervoor dat hij grip heeft  op zijn omgeving.

Zo luid als de loftrompet hier over de worm wordt gestoken, zo verguisd is hij aan de andere kant van de Oceaan. In het Noorden van de Verenigde Staten staat hij te boek als een invasieve soort.  Net als de Europeanen heeft hij vanaf de 17de eeuw Amerika gekoloniseerd. Noord-Amerika kent wel degelijk inheemse regenwormen, maar die vinden het in het Noorden te koud. De regenworm uit Europa maalt daar niet om en heeft met zijn komst het ecosysteem van het bos daar danig verstoord.  Waar voorheen planten konden ontkiemen in een dikke laag bladafval, is daar opeens die Europese drukdoener, die efficiënt al het bladafval met zich mee de bodem intrekt en de planten zo het kiemen onmogelijk maakt.

Laten we toch maar besluiten met de woorden van Charles Darwin, die een diepe, levenslange fascinatie had voor de Regenworm:

'It may be doubted whether there are many other animals which have played so important a part in the history of the world, as have these lowly organised creatures.' [1]

En zo is het.


Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

[1]    313, The Formation of Vegetable Mould through the Action of Worms, Charles Darwin, London, 1881

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.