2015 11 Ongenodigde gasten, Gert-Jan Roebersen

“Ambrosia, wat vloeit mij aan?” Deze beginregel van een cantilene (klankdicht) van Jan Engelman roept bij menigeen een gevoel van herinnering aan de schooltijd op. Maar voor sommige mensen gaan bij contact met ambrosia de neus en ogen vloeien, als gevolg van de hooikoorts die het stuifmeel van dit plantje veroorzaakt. Ambrosia is een exoot: een plant die van nature niet in ons land voorkomt, maar door menselijk toedoen, bedoeld of onbedoeld, is verspreid. Bij ambrosia is dit vooral gebeurd doordat de zaden in vogelzaad zitten; uit gemorst vogelzaad kunnen ambrosiaplanten groeien. Door de opwarming van het klimaat kunnen deze planten in ons land tegenwoordig zaad vormen, dat zij vervolgens weer verspreiden. Soms duikt op verstoorde grond een explosie van ambrosia op uit zaad dat massaal ontkiemt. In het radioprogramma ‘Vroege vogels’ is opgeroepen ambrosia te melden en te verwijderen.

Ambrosia is een lastige exoot, en zo zijn er nog een paar. Ongeveer 14% van de Nederlandse flora is ‘verhuisd’ uit andere streken door menselijk toedoen. Enkele weken geleden heeft Aleid Offerhaus in deze rubriek geschreven over het onschuldige bezemkruiskruid. Maar exoten kunnen ook tot ‘plaag’ worden op verschillende manieren: omdat zij hier geen natuurlijke vijanden hebben, en omdat zij lokale organismen verdringen of zelfs besmetten met parasieten waar zij zelf tegen bestand zijn.

Zulke opdringerige exoten zijn behalve ambrosia bijvoorbeeld Amerikaanse vogelkers, reuzenberenklauw en watercrassula. De Amerikaanse vogelkers, vaak bospest genoemd, is begin vorige eeuw ingevoerd om dennen hoger te laten groeien en de grond te verbeteren. In de praktijk overwoekerde de vogelkers al snel de dennenbomen, en compleet weghalen bleek ondoenlijk. Nog steeds moeten bossen van deze struik worden ontdaan.

Op de gemeentepagina van deze krant is gewaarschuwd voor de reuzenberenklauw. De stengels van deze plant, ook wel Siberische berenklauw genoemd, zijn bezet met brandharen. Nog gemener is het sap uit de stengels, dat bij afbreken en maaien op de huid kan terechtkomen: onder invloed van zonlicht ontwikkelen zich pijnlijke brandblaren, waarvan je maanden last kunt hebben. Vermijd dus deze plant; je gaat tenslotte evenmin in een bed brandnetels liggen.

De watercrassula is een plantje dat verkocht werd voor aquaria en tuinvijvers, maar intussen in de natuur buiten zo snel groeit dat het sloten en vennen overwoekert. Vrijwilligers halen kruiwagens vol uit de vennen waarin de plant is terecht gekomen, maar uitroeien is onbegonnen werk. Toch gloort er hoop: in de jaren vijftig verstikte waterpest, een zwevende waterplant uit Amerika, onze sloten en plassen. Na verloop van tijd verschenen er insecten en schimmels die zich zo hadden aangepast dat zij de exoot te lijf konden gaan. Nu is waterpest een zeldzame plant geworden.

Een troost dus: de overlast van exoten gaat op den duur altijd over.

[Deels gebaseerd op een artikel uit Trouw van 20 augustus jl.]

Gert-Jan Roebersen
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.