2015 05 Zorgzame griezels, Aleid Offerhaus

Hoe sneller je dat wat je ziet een plek kan geven des te spannender wordt het om dingen te zien die je niet kan plaatsen.

Ik loop op een zonnige dag langs de Poeloever en in mijn ooghoek zie ik een opvallend spinnetje. Het is bedekt met allemaal kleine bultjes en hoewel ik een fanatiek lezer van flora- en faunagidsen ben (ja, die mensen bestaan) roept deze verschijning niets bij me op.

Héél voorzichtig pak ik het op met behulp van een blaadje en voordat ik het goed en wel heb kunnen bestuderen, duikelt het naar beneden en valt tot mijn stomme verbazing in tientallen stukjes uiteen.

Met zoveel kinderen op je rug op stap gaan is een staaltje ouderliefde, dat ik niet direct associeer met kriebelige spinnetjes, maar hier loopt het bewijs me voor de voeten. Ik blijf nog even kijken – verrukt door mijn ontdekking – en zie hoe de kleine spinnetjes hun weg weer naar de rug van hun ouder vinden.

Op zoek naar nog meer kriebelige ouderliefde vind ik een beschrijving van een Krompootdoodgraver: een keversoort wiens liefde zich alsvolgt manifesteert: als meneer Krompootdoodgraver mevrouw verleid heeft door haar naar een dood beest te lokken, maken ze voor datzelfde beest een kogelronde catacombe met een klein kraamkamertje ernaast. Komen de Krompootdoodgraverkindertjes als larve uit hun ei, dan lopen ze naar de catacombe waar moeder ze net zolang met de mond voert totdat ze op eigen pootjes kunnen staan. Ik kan het niet helpen, maar ik vind dat zó ontroerend. We hebben het immers over een kevertje van tussen de 1 en 3 cm, dat zich niet wezenlijk onderscheidt van wat iedere andere mensenmoeder (of vader) redelijkerwijs zou doen voor haar  (of zijn) kroost.

ivn Amstelveen spinnenMaar ik weet het: de meeste mensen moeten niets hebben van kriebelige beestjes. Sommigen worden hysterisch en de meeste confrontaties tussen mensen en insecten eindigen dan ook in de dood van de laatste. Van de namen voor de diverse fobieën  krijgt Páraskevidekátriafobie (angst voor vrijdag de dertiende) een eervolle vermelding, maar arachnofobie krijgt de hoofdprijs. De gelijknamige film uit 1990 duwde de angst voor spinnen naar grote hoogten en liet zo moeiteloos de meest prachtige natuurdocumentaires achter zich.

Kortom: mensen hebben iets met spinnen en insecten. Ze zijn namelijk overal (niet alleen letterlijk): in romans, fabels en Hollywoodfilms. Van de hoofdpersoon in 'The Fly' uit 1958 en 1986 die langzaam in een vlieg verandert tot de verbeelde dreiging van reusachtige mieren in 'Them!' uit 1954 met aan de andere kant de sympathieke optocht van maar al te menselijke insecten in 'Erik of het klein insectenboek' en de filosofisch onderlegde mier van Toon Tellegen die bang is dat hij het – hem verder onbekende – onderspit delft als hij het overgebleven potje honing niet vlug opeet. Van horror naar milde maatschappijkritiek, van angst naar stille verwondering.

Ook in uw huis zitten gemiddeld 1500 spinnen, die – zouden ze er niet zijn – plaats zouden maken voor een veelvoud aan ander kruipend en vliegend gedierte. Wees daarom blij met de wespen die  muggen vangen (en aan hun larven voeren), verwonder je over de zilvervisjes, die al 400 miljoen jaar nagenoeg ongewijzigd op deze aarde rondkruipen en die hooiwagen daar aan het plafond, die laat u nu maar eens lekker zitten!

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.