2014 11 Ode aan de els, Aleid Offerhaus

Als er één boom een lofzang verdient dan is het de Els wel. De Els is van een wonderbaarlijke bruikzaamheid: er is niets aan de boom wat niet op één of andere manier goed te gebruiken is. En dan hebben we het nog niet eens over haar uiterlijk: haar silhouet is harmonisch en zelfs 's winters zorgen de verhoute vrouwelijke katjes voor een aangekleed, wat donker-deftig uiterlijk. Het verzoek om een stukje over Elsenhove te schrijven kwam dan ook als geroepen.

Amstelveen, 1735: Ze hielden vast van elkaar, Gerula van der Helst en Lodewijk Boelens. In ieder geval noemde híj de hoeve, die hij net gekocht had, naar háár, zijn jonge bruid:  Helstenhove, een naam die in de loop der tijd veranderde in Elsenhove.

ivn Amstelveen ode aan de elsGerula en Lodewijk leefden in een tijd dat het leven op een hoeve ondenkbaar was zonder geriefhout. Dat kon alles zijn: van Wilg tot Berk tot Els tot Hazelaar, alle vier bomen, die snel weer uitliepen als ze gesnoeid waren. Maar de Els spande de kroon  onder het geriefhout: bezemstelen, oeverbeschoeiingen, windschermen, meubels, heipalen, kleurstof, looistof voor leerlooiers, een goedkoop alternatief voor pruimtabak en vooral houtskool, dat zulke temperaturen genereerde, dat men er duivelse kwaliteiten aan toekende. Niet alleen kon je van alles van de Els maken, maar de boom bezat ook nog allerlei nuttige eigenschappen. Vroeg in het voorjaar produceerde ze enorme hoeveelheden stuifmeel waar de bijen (en de imkers) van profiteerden. Ze zorgde met haar diepe wortels bij een hoge grondwaterstand voor stabiele grond en maakte de veelal arme veengrond vruchtbaarder door stikstof uit de lucht te binden. Dat alles had je onder handbereik met een paar Elzen voor de deur.

Maar wat voor de één reden was om in de boom het symbool van vruchtbaarheid te zien (als je hem omhakt, kleurt hij rood), was voor de ander reden om de boom te verketteren.

De Elzenkoning in het gedicht van Goethe, der Erlkönig, zou je ook nu niet tegen willen komen, een naargeestige machtswellusteling, met een zucht naar kleine jongetjes. Die schemerige reputatie werd echter ook wel een beetje in stand gehouden door de Els zelf. De boom hield van natte voeten en de moerassen, die in pre-industrieel Europa nog overal lagen waren haar ideale biotoop. Nu hebben we die moerasbossen drooggelegd en waar ze nog bewaard zijn, omgetoverd in idyllische natuurgebieden, maar vroeger waren ze duistere plekken, waar krijsende Waterrallen en hoempende Roerdompen ronddwaalden, maar ook dieven en moordenaars en ander gespuis op de vlucht.

Het Bankrasmeer (of het Vismeer, zoals het ook bekend stond) werd omgeven door een rietmoeras en lag een kleine 200 meter ten noorden van Elsenhove. Zouden Gerula en Lodewijk zittend op een bankje voor hun hoeve bij het vallen van de avond zich ook hebben afgevraagd waar die vreemde geluiden vandaan kwamen? Of zouden ze elkaar gewezen hebben op de Puttertjes en de Sijsjes die hoog in de boom met de laatste zonnestralen op de zaden in de Elzenkatjes afkwamen?

Ook nu zijn ze er nog: de Roerdomp en de Waterral op de plek waar vroeger het meer lag. En ook nu zijn ze er nog: de Puttertjes en de Sijsjes in de toppen van de Elzen. En ook nu zijn ze er nog: de Elzen op Elsenhove.

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.