Mensen vissen met netten vanaf een houten steiger aan een meer onder een blauwe hemel.

Grevelingen Buitenlesdag op Goeree-Overflakkee

Zuid-Holland 11 augustus 2026

Op 3 juli was het weer tijd voor de Grevelingen Buitenlesdag. Onder begeleiding van enthousiaste natuurgidsen doen leerlingen van vier scholen natuurervaringen op aan de Grevelingen. In totaal nemen 99 kinderen deel aan vijf activiteiten in het natuurgebied. Met een heerlijke 23 graden en een zon die af en toe even achter een wolkje verdween, kon het niet anders dan een mooie dag worden! 

Om 08:30 uur kwamen de eerste auto’s de Slikken van Flakkee opgereden. De kinderen sprongen enthousiast uit de auto, klaar om meer te leren over de natuur in hun eigen omgeving. Zodra de leerlingen per groepje bij de juiste begeleider staan, worden ze verdeeld over de verschillende posten. Bij elke post krijgen ze een leerzame en leuke activiteit aangeboden door een van de ervaren natuurgidsen. 

Zo leren de kinderen bij de post Vogels en Planten welke bijzondere soorten er in het gebied groeien en leven. Eerst mogen ze als groep drie planten uitkiezen die ze zien, waar ze iets over willen leren. ‘Deze is mooi!’ roept een jongetje terwijl hij naar een paars, rond bloemetje wijst. ‘Je kiest precies de minst bijzondere plant. Maar juist in dit gebied is hij wél zeldzaam. Dit is een rode klaver. Wat klopt er niet aan deze naam?’ vraagt de gids. ‘Rood? Hij is helemaal niet rood, hij is paars!’ roept een van de andere kinderen. Ook gaan de kinderen naar huis met inspiratie voor moeilijke woorden bij galgje, want daar zijn plantennamen uitermate geschikt voor. Zo raad je een naam als moeraswespenorchis niet snel.  

Daarna leren ze hoe ze een verrekijker goed moeten gebruiken om vogels te kijken. Met behulp van determinatiekaarten proberen ze te ontdekken welke soorten ze zien. ‘Volgens mij zie ik een zilvermeeuw,’ zegt een jongetje aarzelend. De vrijwilligster kijkt mee. ‘Kijk nog eens goed. Welke kleur poten heeft de meeuw die daar zit?’ Het jongetje kijkt opnieuw door zijn verrekijker en vergelijkt de vogel met de plaatjes. ‘Oranje. Oh, dan is het een kleine mantelmeeuw!’ 

Op de steiger liggen enkele kinderen op hun buik naar het water te staren. Ze houden een touwtje vast waaraan een wasknijper is bevestigd, met daaraan een stukje spek. Daarmee proberen ze krabben te vangen. En met succes! De krabben hebben er vandaag zin in en elk groepje vangt er wel een paar.

‘Ik heb beet!’ Een grote krab hangt met zijn scharen aan het spekje. Hij laat niet los en belandt zo in de bak met water. Zodra er een aantal krabben in zitten, verzamelen de kinderen zich rond de emmer. De vrijwilligster kijkt tevreden naar de vangst. ‘We hebben zowel mannetjes als vrouwtjes gevangen. Ik pak ze op en dan mogen jullie raden hoe je het verschil kunt zien.’ 

Ze pakt vakkundig een krab in iedere hand en draait ze om. De kinderen beginnen te raden. ‘Het mannetje is groter.’ ‘Het vrouwtje is oranje.’ De antwoorden zijn fout en de vrijwilligster legt uit hoe je het verschil wel kunt zien. ‘Op de buik van de krabben zie je een patroon. Dat is bij mannetjes en vrouwtjes anders. Bij een mannetje lijkt het op een vuurtoren en bij een vrouwtje meer op een bijenkorf.’ De kinderen kijken nog eens goed. Aan hun blije gezichten is te zien dat ze het verschil nu herkennen.  

Een eindje verderop verkennen de leerlingen het onderwaterleven. Met een schepnetje vissen ze door het water. Ze vangen een heleboel kwallen, maar ook waterplanten en slakjes. Naast viltwier en knoopwier wordt vooral veel Japans bessenwier en het Japanse zeepbelslakje gevonden. Dit zijn invasieve, exotische soorten. Ook ontdekken de kinderen veel eitjes van de slakjes tussen het wier. Onder een microscoop kunnen ze deze van dichtbij bekijken. Toch vinden veel kinderen het vangen van kwallen het leukst. ‘Kijk juf, ik heb mijn schepnet niet meer nodig. Ik pak ze gewoon met mijn blote handen!’

Bij een andere post krijgen de kinderen een proeverij voorgeschoteld met voedsel dat in en rond het Grevelingenmeer in het wild te vinden is. Kruidenboter met zeekraal durven alle kinderen wel te proeven. De kreukels vinden sommigen toch wat spannender. ‘Probeer het maar, ze zijn echt lekker,’ spoort de natuurgids de kinderen aan. Eén jongetje wil de kreukel best uit het schelpje pulken, maar laat de juf hem proeven. Die is positief verrast, waardoor het jongetje het vervolgens zelf ook aandurft. ‘Wow het is echt lekker! Dat had ik niet verwacht. Dit moeten jullie ook proeven!’ Hij spoort zijn vriendjes en vriendinnetjes aan, waarna de kinderen steeds enthousiaster worden en het tafeltje bijna leeg eten.  

Alle kinderen mogen ook mee op een rondrit met de kar over de Grevelingen. Ze rijden door een gebied waar normaal geen bezoekers mogen komen. Hier lopen Heckrunderen en Fjordenpaarden en leven talloze vogels, reeën en hazen. De gids legt uit welke rol het vee speelt in het gebied. ‘De runderen en paarden helpen bij het beheer van het natuurgebied. Ze grazen en zorgen ervoor dat allerlei planten en kruiden de ruimte krijgen om te groeien.’ 

De paarden zijn nieuwsgierig en wanneer de kar dichtbij de runderen stopt, zijn de kinderen zichtbaar onder de indruk van hun formaat en de imposante hoorns. ‘Deze dieren zijn onvoorspelbaar, daarom mogen jullie de kar absoluut niet verlaten.’ De runderen staan bij een poel te drinken, maar houden de kar tegelijkertijd goed in de gaten. Na een hobbelige rit komen de kinderen weer terug bij de activiteiten. 

Nadat ze alle posten hebben bezocht, stappen de kinderen vol nieuwe kennis en enthousiasme weer in de auto. ‘Dit is zo waardevol voor de kinderen. Bedankt voor deze mooie dag,’ zegt een van de leerkrachten vlak voor vertrek. 

Anne Marijke Elema, organisator van deze dag, blikt tevreden terug. ‘Het weer was perfect, de kinderen deden enthousiast mee en alles verliep soepel. De natuurgidsen hebben opnieuw hun best gedaan om mooie activiteiten voor de bereiden en zo hun natuurkennis en passie over te dragen. Het was weer een geslaagde editie!’ 

Deel deze pagina