Vogeltellingen
De Holten (broedvogeltelling):
In het voorjaar telt de vogelwerkgroep de broedvogels in het gebied De Holten, aan de westzijde van Vries. Dit zijn zogenaamde BMP-tellingen (Broedvogel Monitoring Project) voor Sovon, een landelijke organisatie op het gebied van vogelonderzoek.
Het gebied is landschappelijk zeer gevarieerd. Het omvat besloten grasland met houtwallen, zandwegen, akkers en het Holtveen, bestaande uit een ven omgeven met bos. Er worden ca. 9 tellingen uitgevoerd in de periode maart-juli, waarvan 1 in de avond en de rest vroeg in de ochtend na zonsopkomst. Hierbij tellen we niet de aantallen vogels, maar het aantal vogelterritoria. In de praktijk komt het er vaak op neer dat een vogel moet zingen (dit is territoriumgedrag) om mee te tellen. Vaak is het waarnemen van een paartje ook voldoende voor een geldige waarneming.
De meest voorkomende soorten in het gebied zijn de Zwartkop, Roodborst, Winterkoning, Tjiftjaf en Merel. Andere vaste broedvogels zijn o.a. Geelgors, Gekraagde Roodstaart, Dodaars, Grauwe Vliegenvanger en Bosuil.

Het totale aantal territoria is in 2025 uitgekomen op 350 en is daarmee vrij hoog. Ook het aantal soorten is met 44 aan de hoge kant (ondanks het ontbreken van soorten als Holenduif en Goudhaan). Dit is te danken aan het weer kunnen noteren van soorten die nog al eens worden gemist, zoals Witte Kwikstaart (1), Koekoek (1), Turkse Tortel (1), Kleine Bonte Specht (1), Putter (1) en Appelvink (1). Ook de Kuifeend (1) werd de laatste jaren gemist. En bovendien hadden we een nieuwe soort voor het gebied, namelijk de Gele Kwikstaart (deze zat natuurlijk altijd al in het aangrenzende agrarische land).
De top-5 bestaat in 2025 uit Zwartkop (37), Roodborst (36), Tjiftjaf (35), Vink (30), Winterkoning (26). Voor de Vink is dit een nieuw maximum, de stijging zet maar door.
Ook een nieuw maximum voor de Groene Specht (2). Ik vermoed echter dat er al jarenlang 2 territoria zijn, die beide deels binnen en deels buiten het telgebied liggen. Een nieuw minimum voor de Fitis (4), dat is echt heel laag (vorige minimum stond op 7).
Verder nog een mooi eindresultaat voor Bonte Vliegenvanger (4), Grauwe Vliegenvanger (4), Vuurgoudhaan (3) en Staartmees (2). De Geelgors (7) liet zich amper horen tijdens de koude ochtendtellingen, maar vooral dankzij de avondtelling is het toch nog wat geworden. De Geelgors zit er dus echt nog wel.
Download hier een volledig overzicht van de tellingen.
Bongeveen (herfst- en wintertelling):

Sinds 2010 deed de vogelwerkgroep van IVN Vries maandelijks van september tot februari vogeltellingen in het Bongeveen, dat ligt ten westen van Bunne. In 2017 zijn we hier mee gestopt.
Het KNNV te Assen verricht in dit gebied, dat in eigendom is van Stichting Het Drentse Landschap, al langer broedvogeltellingen.
Het Bongeveen is een klein restant van wat vroeger een veel uitgestrekter veengebied was. Voor een dergelijk klein gebied heeft het een behoorlijk grote vogelrijkdom. Een typerende soort voor dit gebied is de Wintertaling, waarvan er soms wel ca. 100 geteld kunnen worden. Ook de Watersnip voelt zich hier thuis. Bij vorst trekken echter veel watervogels weg naar gebieden met open water.
Midwintertelling watervogels:
Elk jaar worden er halverwege januari in internationaal verband (van Noorwegen tot Zuid-Afrika) alle watervogels geteld in een selectie van gebieden. Meer informatie is te vinden op www.sovon.nl. IVN Vries telt o.a. de watervogels in het Esveen en Kostersveen (Vries).
Huiszwaluwen atlasblok 12-34:
In de zomer worden de nesten van Huiszwaluwen geïnventariseerd in het atlasblok 12-34 (Heidenheim, Zeegse, Oudemolen, Taarlo)
Overige tellingen:
Verder is de vogelwerkgroep betrokken bij ganzen- en zwanentellingen, MUS (meetnet urbane soorten) en MAS (meetnet agrarische soorten). Meer informatie is te vinden op www.sovon.nl. (ook t.a.v. vacante gebieden). En dan is er natuurlijk nog de jaarlijkse tuinvogeltelling in januari, waaraan u vanuit de huiskamer ook mee kunt doen.