Vijf mensen onderzoeken gras in een groen veld onder bewolkte hemel. Water

In gesprek met fysisch geograaf Walter Schoenmakers uit Nuenen

Nuenen 31 mei 2026

Bijdrage van Bert Bruggeman

Tijdens de natuurgidsencursus in ons onderzoeksgebied de Rietmussen kwamen we in contact met Walter Schoenmakers, fysisch geograaf. Hij liet ons een aantal grondboringen in het gebied zien en dat wekte mijn interesse in het werk dat Walter doet. Vandaar dat ik onlangs een gesprek met hem had over zijn werk en hobby. Walter is een geboren en getogen Nuenenaar die woont in het huis waarin hij geboren is aan de Weverstraat. Hij heeft in Utrecht fysische geografie gestudeerd.

Wat is het studiegebied van de fysische geografie?

Sociale geografie houdt zich bezig met wat de mens doet in het landschap: hoe richten we de steden, industrie-, recreatie- en waterbergingsgebieden in bijvoorbeeld. Fysische geografie houdt zich bezig met het landschap zelf: hoe is het ontstaan, wat zijn de verschillen en wat moet er wel of niet gebeuren, bijvoorbeeld in het kader van klimaatverandering en biodiversiteit.

Wat betekent dit concreet voor jouw werkzaamheden, wat doe je elke dag?

Ik heb verschillende werkgevers gehad. Mijn eerste werkgever was de Dienst Landelijk Gebied (DLG). Dat was de instantie die de herinrichting van het voornamelijk agrarisch landschap moest begeleiden. Te denken valt aan ruilverkaveling en aankoop van gebieden voor het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Daarbij moet natuurlijk goed bekeken worden wat je koopt en dat zit voornamelijk onder de grond. Grondmonsters maken dan duidelijk wat er in het verleden mogelijk gestort is. Ook is het belangrijk om te weten dat je de juiste aankoop doet voor het doel dat je beoogt, geen droge zandgrond waar je natte natuur wil maken. Ik deed dat aanvankelijk in Limburg, maar later ook in Zuid-Holland en grote delen van Brabant. Daarbij waren de verschillen, de mate van vervuiling, enorm. Toen, tot ontzetting van iedereen die de natuur een warm hart toedraagt, minister Henk Bleeker de EHS in de prullenbak gooide, was dat ook zo’n beetje het einde van de DLG. Later ben ik in dienst gekomen van Staatsbosbeheer.

Was jouw werk daar min of meer hetzelfde?

Bij SBB was ik één van de gesprekspartners bij onderhandelingen over de noodzakelijke aanpassingen en veranderingen bij Natura 2000 en Natuurnetwerkgebieden. Met name de zones rondom die gebieden hebben grote invloed op de kwaliteit en als die invloed teveel schade aanricht, moet er iets gebeuren. Stikstof en CO2 zijn algemeen bekend als schadelijk voor de natuur. Maar de belangen van de verschillende partijen, eigenaars, huurders, gemeenten en provinciale en landelijke overheid verschillen enorm en dat zorgt voor haast onmogelijke onderhandelingen. Met name het ontkennen van door de wetenschap al lang bewezen feiten zorgde voor teleurstelling bij mij. Er werd in mijn ogen te veel en te lang gepraat over de maatregelen die uitgevoerd dienden te worden. Daarom ben ik bij SBB vertrokken.

Je bent nu werkzaam bij Brabant Water. Is je werk daar hetzelfde en is alleen de baas anders?

Ja en nee. Bij Brabant Water staan we voor grote uitdagingen. Water is iets vanzelfsprekends voor de meeste mensen, maar ze hebben geen idee hoeveel er voor nodig is om het goed uit de kraan te laten komen. Kijk maar naar plaatsen waar het water eerst gekookt moest worden omdat er iets fout ging. Dat is echter nog maar een klein probleem vergeleken met het dreigende tekort aan voldoende drinkwater. De verwachting is dat er een tekort aan drinkwater zal ontstaan en daarom is o.a. Brabant Water op zoek naar oplossingen om dat tekort te voorkomen. Eén van de mogelijkheden die onderzocht gaat worden, is het omzetten van brak water in zoet drinkwater. Brak water zit in een diepere bodemlaag dan zoet water en er moet dus dieper geboord worden. Er zijn nu twee geschikte locaties gevonden waar Brabant Water drie jaar lang een experiment wil uitvoeren. Zo’n experiment kan natuurlijk gevolgen hebben voor de omgeving; dat moeten we goed uitzoeken. Het gaat dan bijvoorbeeld voor landbouw en natuur om verdroging. Bij die gesprekken zijn weer allerlei partijen betrokken en als zodanig is mijn werk hetzelfde. De belangen worden nu echter door alle partijen ingezien. Stel je maar voor wat je moet doen als er niet voldoende drinkwater voorhanden is. Eén keer per week onder de douche, droog tandenpoetsen, thee?

In de Rietmussen hebben we je bezig gezien met grondboringen. Je vertelde dat dat een hobby geworden is en dat je zelfs op de resultaten van die boringen had willen promoveren. Wat heb je precies uitgezocht?

Door die grondboringen krijg je een indruk van de verschillende lagen die in de loop der eeuwen zijn opgebouwd. Een rivierbedding die verdwenen is en in de loop der tijd vol grond gekomen is, heeft een andere laagstructuur dan de oude oevers. Ik werd benaderd door Nico Arts, stadsarcheoloog van Eindhoven, met de vraag of ik wat boringen kon doen vanwege de vondst van Romeinse resten. Daardoor is mijn nieuwsgierigheid geprikkeld en heb ik de afgelopen jaren in mijn vrije tijd honderden boringen gezet. Eerst alleen in de Rietmussen, later in het gehele Dommeldal, van Bossche Broek tot aan de Keersop. Daarbij kon ik in de Rietmussen de oude beddingen van de Dommel aantonen en theorieën ontwikkelen over mogelijke oudere beddingen richting de Oude Gracht in Eindhoven. Bewijs leveren voor die theorieën is dan weer lastig, omdat je dure ouderdomsdateringen moet laten doen en bebouwing en particulier eigendom boren in de weg staan. Wellicht dat toekomstige technische ontwikkelingen nog voor bewijs kunnen zorgen. Tot die tijd blijven we met de hand boren. Voor meer vragen vanuit de natuurgidsenopleiding houd ik me aanbevolen.

Deel deze pagina