Bijen
Het jaar van IVN’s honingbijen
Paul Koppelman, Marion de Dooij en Joyce van Boekel en zijn de drie imkers van de Weverkeshof. Zij schreven onderstaande bijdrage voor onze nieuwsbrief.
Op de vroege voorjaarsdagen van februari vlogen ze weer: de honingbijen van onze vijf kasten op De Weverkeshof! Wakker uit hun winterslaap en volop vliegactiviteit bij alle kasten. In dit artikel nemen we jullie, lieve lezers, mee op reis met de bijen door 2026.
Februari
Na een hele winter in de kast zijn de bijtjes blij als ze weer naar buiten kunnen. Een graad of 10–12 °C is voldoende voor een eerste vlucht om te… poepen (echt waar!). Zodra de krokussen, sneeuwklokjes en wilgen bloeien, wordt het eerste stuifmeel en nectar van het jaar verzameld. Op zulke warme dagen spieken we ook voor het eerst weer ín de kasten en hopen we vooral eitjes en misschien al larven aan te treffen: hét bewijs van een gezonde, eitjes-leggende bijenkoningin.

Maart
In maart barst het voorjaar écht los en smikkelen de bijen vrolijk verder, vooral van de wilgen. Er komen steeds meer eitjes en larven uit en de volken groeien gestaag. Op zonnige dagen is het een drukte van belang bij de vliegopeningen. Wij als imkers controleren of er voldoende voedsel in de kasten aanwezig is voor het groeiende volk. Daarnaast worden de eerste vallen voor Aziatische hoornaar-koninginnen geplaatst: hoe meer we er vangen, hoe minder AH-volken we later in het jaar hoeven te bestrijden.
April
De natuur staat volop in bloei. Fruitbomen, paardenbloemen en sierheesters leveren nectar en stuifmeel. Het volk groeit soms wel met tweeduizend bijen per dag – hulde aan de zoveel-eitjes-per-dag-leggende koningin! Uit de bevruchte eitjes komen werksters, die meteen aan de slag gaan: raten bouwen, broed verzorgen en nectar indikken tot honing. Onbevruchte eitjes brengen darren (mannetjesbijen) voort, die in de zwermmaand uitvliegen om jonge koninginnen van andere volken te bevruchten. De koningin van hun eigen volk bevruchten ze niet, want zij zijn genetisch identiek aan hun moeder.
Mei
De volken groeien groot en bereiden zich voor op hun natuurlijke splitsing: zwermen. Zodra de cel met een nieuwe koningin verzegeld is, kan de ‘oude’ koningin met ongeveer de helft van het volk uitvliegen. Om zwermen op onhandige plekken te voorkomen (onder een scooter, stoeltje of fietshelm), grijpen wij in: we splitsen het bijenvolk zelf en verplaatsen de oude koningin met een groep bijen naar een andere locatie. Bij de Weverkeshof betekent dat, dat de ‘zwermen’ van naar IVN in Aarle-Rixtel ‘verhuizen’ en andersom. De jonge koningin in de kast gaat later op bruidsvlucht, ontmoet in de lucht zo’n twintig darren en keert bevrucht terug om eitjes te leggen. De darren sterven direct na de paring.
Intussen bouwen Aziatische hoornaars kleine primaire nesten in bomen en struiken. Hoe meer we er nu ruimen, hoe minder secundaire nesten er later zijn.

Juni
De dagen zijn lang en er is volop dracht van braam, veldbloemen en soms linde. De honingbijenvolken zijn op hun grootst: tienduizenden bijen werken samen als één superorganisme. Als imkers houden we de honingvoorraad in de gaten. Een bijenvolk heeft zelf ongeveer 10–12 kilogram honing nodig om de winter te overleven; de overvloed daarboven kan worden geslingerd voor consumptie.
Juli
Op zaterdag 11 juli 2026 slingeren we de honingramen op de Weverkeshof. Iedereen is welkom om te kijken, te proeven en mee te helpen. Er is nog steeds nectar te vinden, afhankelijk van het weer. Na het slingeren behandelen we de volken tegen de varroamijt, die nog steeds de grootste verzwakkingen veroorzaakt, samen met de Aziatische hoornaar.

Augustus
Vaak hoogzomer voor de mens, maar de bijen gaan langzaam naar de winter toe. De nectarstromen nemen af en de bijen gaan hun wintervoorraden aanleggen. Als imkers controleren we de volken nu op ziektes en verzwakkingen, zoals de varroamijt. Het doel is om alle volken sterk en gezond de herfst, en later de winter in te laten gaan. Superbelangrijk, want een goede start van het winterseizoen voor de bijen betekent een goede overwintering en gezonde bijen in 2027.

De Aziatische hoornaar heeft het intussen druk met het bouwen van secundaire nesten: dit zijn de grote ‘skippyballen’ die je hoog in de bomen kunt zien. Deze honingbijen-etende invasieve exoten zijn een grote bedreiging voor de bijenvolken in het hoogzomerseizoen en in het najaar, omdat ze de bijen met huid en haar opvreten en de volken zo verzwakken. Echter, de ‘darrenslacht’ is een natuurlijk fenomeen: bij dit proces laten de darren het leven, want zij overwinteren niet mee.
September
Tijd om nu écht de winter in te gaan. De koningin gaat minder eitjes leggen en hieruit worden de winterbijen geboren: samen met de koningin overwinteren ze in de kast. Er wordt nog steeds gevlogen voor voedsel: vooral late bloeiers zoals klimop-hagen zijn voedselrijk in deze tijd van het jaar. Het volk wordt kleiner en compacter, en afhankelijk van de hoeveelheid varroamijt die we aantreffen, behandelen we de volken hier nog tegen.
Oktober
De laatste vluchten van het jaar worden gemaakt en op zachte herfstdagen wordt er nog wel gevlogen, maar de bijen blijven steeds vaker binnen. De imkers hebben goed in de gaten gehouden of er nog voldoende voedsel in de kasten zit en ondertussen vormen de bijen in de kast de wintertros: dicht tegen elkaar om de warmte vast te houden. De koningin stopt met leggen en eten en warm blijven zijn de belangrijkste taken. Voor ons imkers stopt het seizoen nu ook: op nog wat laatste eventuele varroa-behandelingen en voedselcontrole na is het nu aan de bijen om de winter te overleven. Voor ons een focus om vooral de Aziatische hoornaar buiten de kasten te houden.
November
Slaap, bijtje, slaap. De kasten blijven dicht en de bijen houden elkaar warm en de temperatuur in de tros verrassend constant, en de imkers ruimen intussen de bijenstanden op, maken de gebruikte spullen schoon, we wassen onze pakken uit en zorgen dat er voldoende honingpotjes voor verkoop beschikbaar blijft voor de liefhebbers.
December
Midden in de winter lijkt het stil, maar het volk leeft. De bijen verbruiken hun honingvoorraad om warmte te produceren. Bij strenge vorst kruipen ze dicht tegen elkaar aan en bij zachter weer verschuift de tros langzaam naar nieuwe honingraten in de kast. Door het gewicht van de kast te voelen, kan een imker nog besluiten om eventueel wat suikerdeeg te voeren als er te weinig honing lijkt te zijn.
Januari
Het nieuwe jaar begint stil, maar toch gebeurt er al iets bijzonders. Rond het einde van de maand kan de koningin alweer voorzichtig beginnen met het leggen van de nieuwe eitjes. Een nieuw bijenjaar staat in de startblokken… klaar voor die eerste zonnige februaridag waarop het weer warm genoeg is voor de bijtjes om uit te vliegen.