2022 07 Zeldzaam anjertje in Amstelveen, Aleid Offerhaus

Dit stukje bevat niks nieuws. De bloem die op de foto staat is al een maand uitgebloeid. Het plantje staat er nog steeds, maar haar bloemen hebben aan pracht ingeboet en in de plaats daarvan heeft ze zaad gevormd. Ze is nog steeds mooi, maar anders.

Maak kennis met de Franse silene of Silene gallica. De soortaanduiding ‘gallica’ doet vermoeden dat ze, net als Asterix en Obelix, uit ‘Gallië’ komt, maar kijk je op de website van Kew gardens, Plants of the World Online (POWO), dan blijkt het een van oorsprong Mediterraan plantje te zijn. Ze is zeker niet de enige inheemse plant die in de loop van de tijd zelfstandig of - nog vaker - door toedoen van mensen naar Nederland is gekomen.

Het duurt even voordat je haar ziet staan, maar als je haar ziet dan verrast ze je echt. Ze is een zusje van de koekoeksbloemen (dag-, avond-, nacht-), soorten die de meesten wel kennen, maar ze is een stuk kleiner, een beetje grasachtig is en heeft tere, solitaire bloemetjes met een lange, gestreepte kroonbuis, bezet met lange klierharen. Deze karakteristieke, soms extreem opgeblazen, kroonbuis wordt bij silenes vaak gebruikt als kraamkamer voor de larven van nachtvlinders en hommels, die hun eitjes erin leggen. Dat heeft  zowel voordelen als nadelen. De nachtvlinders en hommels bezoeken mannelijk en vrouwelijke planten (Silenes zijn ‘tweehuizig’: mannen en vrouwen wonen niet samen), die beide nectar produceren en zo zorgen ze er voor dat de plant bestoven wordt, maar het exemplaar dat als kraamkamer dient haalt de eindstreep niet: haar zaad wordt opgepeuzeld door de larfjes van de bestuivers. Echt mutualisme, waar beide partijen baat hebben bij contact met elkaar, kan je het dan ook niet noemen, maar het is blijkbaar goed genoeg, anders had ik dit stukje over een andere plant moeten schrijven.

avn klein anjertjeZe is precies daar ingezaaid waar ze het volgens Bartjens goed zou moeten doen: in de berm langs de Beneluxbaan, waar de grond na de renovatie van de trambaan is opgehoogd met zand. Als eenjarige zal ze alleen terugkeren als haar zaad volgend jaar ontkiemt.

Als we John Ray, een Engelse botanicus uit de zestiende eeuw, moeten geloven, stond ze voor 1693 al in de Leidse botanische tuin, destijds een Walhalla voor plantenliefhebbers. Ze is dus al wat langer onder ons. In het wild zul je haar niet zo snel aantreffen. Ze is zeldzaam. Des te bijzonderder dat we haar hier in Amstelveen met honderden kunnen bewonderen, ingezaaid, maar toch…

Aleid Offerhaus
Natuurgids IVN Amstelveen

Het is verboden deze column te dupliceren of te gebruiken zonder uitdrukkelijke toestemming van de schrijver/fotograaf/tekena(a)res.