Natuur om én in ’t huis!

Op een zomerse zaterdagmiddag was ik met mijn stalen onkruidborstel in de weer om mijn oprit een beetje te fatsoeneren. Ik ben niet de allerproperste, maar zo nu en dan wordt het te gortig en moeten de paardenbloemen, het mos en het gras tussen de straatstenen uit. Toen ik al    een aardig eind op streek was, zag ik een merkwaardig haaks stukje hout tegen de gevel van de garage aan zitten. Alvorens dit ongerief fluks met de staalborstel te verwijderen, wilde ik eigenlijk wel weten wat het nu precies was. Het was inderdaad een houtachtig stukje dat als een soort gelijkzijdige hoek deels tegen de gevel aan zat en deels plat op de grond, beide zijden 6 à 7 cm lang. Maar toen ik nog eens goed keek, zag ik dat het deel tegen de gevel een soort voelsprieten en twee poten leek te hebben. En warempel, ik zag ook nog een soort snuit. Maar een insect (want zover gevorderd was ik intussen wel in mijn waarneming) met een haakse vorm, daar had ik nog nooit van gehoord. Het duurde even voor ik besefte dat het niet één, maar twee exemplaren betrof: een omhoog tegen de muur en de ander, met het achterlijf vastgeklonken aan de verticale partner, plat op de grond. Twee vlinders die kennelijk zeer geconcentreerd aan het paren waren of van een post-coïtale diepe rust genoten. In ieder geval gaven ze geen sjoege toen ik ze van dichtbij fotografeerde om via de onvolprezen app Obsidentify erachter te komen dat twee ligusterpijlstaarten hier bezig waren voor nieuw nageslacht te zorgen. Een nachtvlinder waarvan de felgroene rups, die zich vooral met ligusters voedt, aan zijn achtereind een puntige hoorn heeft. Vandaar dus de naam. Voorwaar, een stukje natuur heel dicht bij huis. Enige dagen later, op een zwoele zomeravond buiten op ons terras, bleek dat natuur nog dichterbij kan komen. Ik wist al dat er onder ons dak een vleermuis bivakkeerde die ik twee jaar geleden geïdentificeerd had als een laatvlieger, een van de grotere vleermuizen van ons land, ongeveer zo groot als een spreeuw. De mannetjes wonen op zichzelf en omdat ik toen slechts één exemplaar had gespot, ging ik er van uit dat het een mannetje was. Op deze zwoele zomeravond hoorden we boven ons zo nu en dan een moeilijk thuis te brengen gesnetter. Omhoog kijkend zagen we onder de dakpan beweging komen en even later koos onze laatvlieger het luchtruim, zijn lichtgelige onderkant duidelijk afgetekend tegen de schemerlucht. Maar even later vloog er nóg een uit! En nóg een. In totaal tien vleermuizen bleken zich een meter of twee boven mijn dagelijkse werkplek te bevinden! Zo zie je maar weer, voor een verrassend stukje natuur hoef je niet ver te reizen.

Sep Van de Voort, IVN Natuurgids