Natuur dichtbij huis: Een bergeend is geen eend
Weet je dat Nederland verreweg het door bergeenden dichtstbevolkte land is? Overal in Nederland zie je bergeenden. Ze vallen op vanwege hun kleur, hun opvallende snavel en hun formaat (58 – 67 cm). Zowel man als vrouw zijn zwart met wit, hebben een groene kop en een felrode snavel. Het mannetje onderscheidt zich van het vrouwtje door een knobbel op de felrode snavel. Over hun witte borst en buik hebben ze een roodbruine band. De kuikens zijn mooi zwart-wit getekend en hebben een zwart petje op. Na de broedtijd trekken bergeenden naar de Waddenzee. Daar ruilen ze hun zomerkleed in voor hun winterkleed. Tijdens de rui kunnen ze niet vliegen en zijn ze kwetsbaar voor vossen en andere rover. Op open water kunnen ze veilig hun veren wisselen. Naast onze eigen bergeenden verblijven ook overwinteraars uit noordelijke landen in de winter bij ons op de Wadden.
En wist je al dat een bergeend eigenlijk geen eend is? Een bergeend is een halfgans. Namen van dieren kunnen heel verwarrend zijn. Een nachtuil is immers geen uil maar een vlinder. Een grasmus is geen mus en een gierzwaluw is geen zwaluw. En een walvis is geen vis maar een zoogdier. Maar waarom heet een bergeend dan een bergeend? Daar zijn diverse verklaringen voor. Eén van die verklaringen is dat het eerste deel van de naam – berg – slaat op het verbergen van hun eieren in holen, onder stapels hout, in oude knotwilgen, waar het maar kan. Met die uitleg is een bergeend dus eigenlijk een ‘verbergeend’. Een andere verklaring is dat de bergeend voornamelijk broedt in konijnenholen. Heel vroeger werden die ook wel konijnenbergen genoemd.
Het tweede deel van de naam maakt het niet eenvoudiger. Bergeenden (Tadorna tadorna) behoren tot de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidea). Maar je kunt ze niet zomaar in één van die soorten indelen. Een bergeend heeft eigenschappen van zowel eenden als ganzen. Het is een eendachtige gans of een gansachtige eend zo je wilt. Een halfgans dus. Het klinkt als een identiteitscrisis, maar dat is het niet. In een tijd waarin het vaak gaat over diversiteit en inclusie is er zeker ook plek voor de halfgans. We hebben in Nederland drie vogels die tot de halfgan behoren: de nijlgans, de casarca en de bergeend dus. Alledrie met een ietwat verwarrende naam, maar ongelooflijk mooi.
Monique A. ten Hagen
IVN-natuurgids
