Zo kortzichtig…
Staartmezen komen graag in mijn tuin. Staartmezen zijn gewoontedieren. En waarschijnlijk al heel lang voor ik hier woonde kwamen ze elke dag langs in hun groepje. Een groepje van 10, nooit een meer of een minder.
Ik hoor ze al van ver aankomen met hun hoge gekwetter. Eerst komen er twee in de krentenboom voor mijn raam zitten. Net als die doorvliegen naar de appelboom komt langzaam de rest van het groepje aandruppelen. Ze doen elk een paar gerichte happen naar onzichtbare insectjes en gaan verder. Hun maag vullen doen ze de hele dag, veel eten is noodzaak, hoe klein ze ook zijn. Als ze ’s ochtends geweest zijn, komen ze zeker ’s middags nog een keer. Heel gewoon, elke dag.
Maar vandaag, eind maart, is het anders. Geen groepje kwetterende bolletjes-met-staart, maar twee staartmezen die schuchter achter elkaar aan vliegen. Eerst zie ik er maar één. Die doet mijn dikste knotwilg aan. Daarna komt een tweede kijken. Beide staartmezen gaan alle wilgen af. Dit moet een net begonnen paartje zijn, of misschien wel een paartje met ervaring? Alle bomen worden gekeurd en zachtjes door de twee besproken. De minivogeltjes hebben ook heel wat eisen: in de boom moet een bolvormig nestje passen. En niet zomaar een nestje. Het is een kunstwerkje waaraan het paartje wel drie weken werkt. Ze verzamelen al die tijd veertjes, mos en wol en componeren daarmee hun dichte nestbol. In de zijkant komt tenslotte een gat waardoor ze in en uit kunnen. Ze zoeken niet zomaar een boom, maar een boom waarin hun creatie stevig verankerd kan worden.
Na het zoeken vliegen ze verder. En dat is heel jammer. En ook een beetje dom van dit mezenpaar. Want het mooiste en het beste dat mijn tuin ze te bieden heeft hebben ze over het hoofd gezien: Aan de andere kant van het huis, net onder de druif, hangt voor hen een echte speciale staartmezenkast, kant en klaar voor ze gebouwd uit de beste materialen….
Catherine
