Sperwer slaat toe

Misschien niet de mooiste foto, maar wel een van mijn spectaculaire momenten van dit jaar. Vorige week op die regenachtige zondagmiddag zat ik een beetje naar buiten te kijken naar het koolmeespaar dat af en aan vloog met voedsel voor hun piepende kroost dat in het nestkastje zit vlak bij het raam. Ineens zegt een huisgenoot: “wat zit er een rare duif daar op die knotwilg”? Ja, er zat een wat grotere vogel, maar er stond een appelboom voor, dus ik moest een beetje manoeuvreren. Het bleek een sperwer te zijn die een prooi aan het slopen was terwijl de veertjes in het rond vlogen. Af en toe om zich heen kijkend en dan weer fanatiek verder plukkend. En voordat ik mijn camera in de aanslag had, was de prooi al behendig uitgekleed. Het was een boeiend, spectaculair schouwspel, hoewel zielig voor de prooi. Echte wilde natuur in mijn achtertuin!
“Als het maar niet één van m’n koolmeesouders is”, schoot er door mij heen. Want als die jouw tuin uitverkoren hebben om in te broeden, is het toch ook een beetje jouw nestje. Ik zag ook geen andere vogels meer in mijn tuin, die anders bevolkt is met mussen, meesjes en soms een enkele merel. Die hadden vast weet van het drama en hielden zich koest, zo leek het.
Tot in de 70er jaren ging het slecht met de sperwerstand, die heeft zich in de huidige tijd aardig hersteld. Een sperwer is een kleinere roofvogel, vooral het mannetje. Dat is een snelle en felle jager die het vooral voorzien heeft op kleine tuinvogels zoals mezen en mussen. Het wat grotere vrouwtje pakt nogal eens een wat grotere prooi. Hier leek het om een vrouwtje te gaan. Hoe ik dat weet? De prooi lijkt wat groter dan een meesje of mus, heeft meer de grootte van een spreeuw. Verder heeft een man een rossige kleur op de borst, deze sperwervrouw heeft daar grijsbruine dwarsstrepen. Tenslotte heeft een vrouw een witte wenkbrauwstreep.
Helaas had ik even niet opgelet, even teveel theoretisch gemijmer, ineens was de sperwer verdwenen, met prooi. Toen het wat minder regende ben ik naar de slachtplek gegaan, er waren maar weinig resten overgebleven, een paar veertjes. En m’n koolmezen? Opgelucht zag ik dat de foerage van hun jongen weer langzaam opgang kwam. Nu ben ik nog steeds benieuwd welke soort vogel het slachtoffer was.
Wim Bax
Natuurgids IVN