Gele kornoelje
Gele kornoelje
Zie je in maart een struik met een wolk aan gele bloempjes, dan is de kans groot dat het om gele kornoelje gaat. Deze soort is een naaktbloeier: hij bloeit voordat het blad verschijnt. Hij komt van nature in ons land alleen in Zuid-Limburg voor. Verder wordt hij aangeplant in parken, plantsoenen en tuinen. Er bestaat ook een boomvorm; die staat bijvoorbeeld langs de Bovendijk en de Ringdijk Tweede Bedijking. Voor allerlei insecten zijn vroegbloeiende planten erg belangrijk. Als deze insecten ontpoppen of uit hun winterslaap ontwaken, willen ze graag op krachten komen met een slokje nectar en een hapje stuifmeel. Daarvoor kunnen ze goed bij de gele kornoelje terecht, want de nectar is makkelijk bereikbaar. De insecten zorgen gelijk voor de bestuiving. Vervolgens hangt de struik in de nazomer vol rode vruchten. Het ‘geel’ in de naam slaat op de gele bloemen. Er komt in ons land ook rode kornoelje voor; die heet zo vanwege de rode tint van de twijgen. Verder is de Zweedse kornoelje inheems, een zeer zeldzaam kruidachtig plantje dat alleen nog in Noord-Drenthe te vinden is. Tenslotte worden er ook kornoeljesoorten van elders aangeplant. In onze tuin hebben we een prachtige gele kornoelje staan. Als hij bloeit, speur ik de bloemen af naar bestuivers. Ik zie ze bijna nooit. Toch moeten ze er zijn, want in augustus hangt de struik steevast vol rode vruchten.
Niet alleen bestuivers vind je op gele kornoelje. Er zijn insecten die afhankelijk zijn van kornoeljes zoals de kornoeljeluis en verschillende soorten motten. De vruchten worden door allerlei vogels gegeten. Voor mensen zijn ze ook eetbaar (overigens niet die van de rode kornoelje die blauwzwarte vruchten draagt). De vruchten moeten wel goed rijp zijn, anders zijn ze wrang en zuur. Je kunt er bijvoorbeeld jam of likeur van maken. Onrijpe bessen kun je inleggen als olijven. ‘Kornoelje’ is een stoere naam, vind ik. Het komt uit het Frans (cornouille) en betekent: vrucht van de Cornus. De wetenschappelijke naam Cornus is weer afgeleid van een Grieks woord dat ‘hoorn’ betekent. Dat verwijst naar het harde hout. De Grieken en Romeinen maakten daar gereedschap, wielspaken en speren van. Van oudsher worden gele kornoeljes aangeplant voor de vruchten; vroeger in kloostertuinen en tegenwoordig in voedselbossen. Dus zoek je nog een mooie struik voor in je tuin of voedselbos, dan kan ik je de veelzijdige gele kornoelje zeker aanraden.
Ineke Bams
IVN-natuurgids
