Column week 9, Lang leve de wulp!

Waar in China een kleine maand geleden luidruchtig de overgang van het jaar van de hond naar het jaar van het varken werd gevierd, hebben vogelliefhebbers zo hun eigen feestjes. Op 1 januari ging het jaar van de huiszwaluw geruisloos over in het jaar van de wulp. Beide vogelsoorten hebben het moeilijk. Zo liep het aantal huiszwaluwen in Nederland sinds begin jaren zeventig fors terug, volgens sommige metingen met wel 80%. Wat hiervan precies de oorzaak is, is niet helemaal duidelijk, maar deze insecteneter bij uitstek heeft natuurlijk te lijden onder de algemene afname van het aantal insecten dat steeds zorgwekkender wordt. Merkwaardig genoeg gaat het sinds de eeuwwisseling juist weer wat beter met deze huisvriend. Aan ons zal het niet liggen: de beestjes hebben inmiddels al een tiental nesten onder onze dakgoten gebouwd. Ook dit jaar zijn ze weer welkom, al zullen ze wel enige herstelwerkzaamheden moeten verrichten.

Maar dat is verleden tijd, inmiddels zijn we in het jaar van de wulp beland. Voor deze vogel is Nederland een belangrijke thuishaven, zowel in de broedtijd als daarbuiten. Sinds begin jaren negentig is het aantal broedparen zo ongeveer gehalveerd, dus echt goed gaat het wat dat betreft niet met het beestje. Veruit de meest favoriete broedgebieden zijn de veengebieden in Overijssel rond de Weerribben en natuurlijk de Waddeneilanden, maar ook in onze omgeving kunnen we ze vinden. De teruggang in het aantal broedparen in landbouwgebieden zouden we kunnen verklaren door de intensivering van de landbouw, maar dat kan haast niet het hele verhaal zijn aangezien het aantal broedparen op de Waddeneilanden ook achteruit gaat. Juist om dat soort vragen te beantwoorden is het jaar van de Wulp uitgeroepen, zodat vogelonderzoekers en vogelliefhebbers een jaar lang extra onderzoek en tellingen gaan doen naar deze mooie vogel. Merkwaardig genoeg neemt het aantal wulpen in Nederland buiten het broedseizoen juist gestaag toe, ook al zo’n raadsel waarvoor nog geen verklaring gevonden is.

WulpGelukkig kunnen we hem in onze omgeving nog steeds zomer en winter vinden. Je moet wel goed kijken en een verrekijker is vaak ook wel handig, want het is een schuwe vogel. Het helpt dan weer wel dat het de grootste steltloper van ons land is, dus je ziet hem niet gauw over het hoofd. Het meest kenmerkende is uiteraard zijn lange snavel die parmantig naar zijn gulp wijst, dus duidelijk neerwaarts gebogen. In de vlucht lijkt hij te proberen die snavel toch horizontaal te houden, waardoor het lijkt alsof hij zijn hoofd extra omhoog houdt. En als je zijn geluid hoort, een wat melancholiek koer-lie dat met een beetje geluk steeds sneller en met een mooie triller erin herhaald wordt, dan weet je het helemaal zeker. Laten we hopen dat we er veel exemplaren van zien dit jaar.

Sep Van de Voort,
IVN natuurgids
 

Digitale krantversie Column 2019-09, 27 februari 2019, pagina ?

Naar columns 2019