Column week 39, Volgend jaar weer gewoon naar Cuba!

Voor veel vogels zit het er weer op. Na een druk seizoen vol gezang, nestjes bouwen, eitjes leggen, broeden, jongen grootbrengen, waarna ook het verenpak nog eventjes moest worden vervangen, worden nu de koffers gepakt. Voor sommige vogelsoorten betekent dat: schransen, lekker dik worden. Opvetten voor de lange reis naar het favoriet plekje ergens diep in Afrika. Andere vinden Engeland of Zuid-Frankrijk ver genoeg. Er zijn ook vogels die gokken op een zachte winter hier. Zo overwinteren tjiftjafs en zwartkoppen steeds vaker in Nederland, terwijl vogels uit noordelijke streken hier wegblijven omdat ook bij hen de winters zachter worden. Natuurlijk waren er altijd al thuisblijvers die dat heen en weergetrek maar aanstellerij vonden, zoals eksters en huismussen (hoe kan het ook anders met zo’n naam).

Trekvogels
Het heeft eventjes geduurd voordat mensen doorhadden hoe geglobaliseerd een vogelleven kan zijn, eeuwenlang dacht men dat vogels ‘s winters een metamorfose ondergingen. Zo zou een koekoek (zomergast) veranderen in een sperwer (jaarvogel). En men ging er van uit dat zwaluwen op de bodem van sloten en plassen een winterslaap hielden. Dat achtte men waarschijnlijker dan een retourtje Afrika. Nu verzamelen boerenzwaluwen zich voor de trek vaak op slaapplaatsen in het riet, dus helemaal gek was de gedachte niet. In elk geval niet gekker dan het wonderbaarlijke feit dat de zwaluw die elk voorjaar trouw in dezelfde schuur nestelt ’s winters ergens in een lagune in Ivoorkust rondhangt, of dat trekvogels een inwendige tomtom bezitten die ze de weg wijst op basis van ervaring, overgedragen kennis, landschapskenmerken, zon, sterren, aardmagnetisme, geluiden, reuk of luchtdrukverschillen.

Soms is die tomtom verkeerd afgesteld. Zo zette in augustus een Noord-Amerikaanse steltstrandloper delen van de vogelaarswereld op stelten door in Waverhoek neer te strijken in plaats van op Cuba. Een dwaalgast noemen we dat. Maar misschien dacht hij wel: ‘Ik doe iets geks en ga linksaf en niet rechtdoor. YOLO!” Nou, hij heeft het geweten! In zijn eigen continent mag hij dan een onopvallend doorsnee vogeltje zijn, hier was hij op slag een beroemdheid die zelfs de landelijke pers haalde. Want pas drie keer eerder was zijn soort in Nederland waargenomen. Zelden was het zo druk in Waverhoek. Vanuit het hele land en daarbuiten kwam men kijken. In het riet stonden rijen mannen als vuurpelotons met de telelenzen op scherp. ‘Wat een malloten hier!’ heeft het steltstrandlopertje misschien gedacht. ‘Volgend jaar weer gewoon naar Cuba!’

Jaap Kranenborg

Digitale krantversie Column 2019-39, 25 september 2019, pagina ?

Naar columns 2019