Column week 3, Elegant en Hagelwit

De laatste tijd zien we steeds vaker grote zilverreigers met langzame weloverwogen stappen door de weilanden schrijden. Met name in de herfst en de winter. In oude vogelgidsen worden ze omschreven als 'zeer zeldzaam'. Werd er één gesignaleerd, dan kwamen vogelaars van heinde en verre, om die aan hun waarnemingslijstje toe te voegen. Door betere leefomstandigheden in Nederland is een instroom van grote zilverreigers vanuit Zuid-Oost Europa op gang gekomen. Je kunt deze slanke, sneeuwwitte verschijning aantreffen in slootrijke weilanden en aan de oevers van plassen. Roerloos, de gele snavel in de aanslag, loeren ze op prooien zoals visjes, kikkers, muizen, mollen en sinds kort ook de Amerikaanse rivierkreeft. We weten dit omdat we in hun braakballen onverteerbare voedselresten terug vonden zoals mollenharen, muizenschedeltjes, kreeftscharen enz. De prooien worden met een snelle dolkstoot gespietst. De vogels opereren het liefst solitair. Op een geschikte foerageerplek dulden ze elkaar niet en proberen ze concurrenten te imponeren met opgezette veren en uithalen. In de nacht zijn ze, voor de veiligheid, het liefst met velen bij elkaar. Vlak voor de schemering vliegen ze van alle kanten naar hun groepsslaapplaats in bomen; soms meer dan 100 bij elkaar. Ook aalscholvers en blauwe reigers voegen zich daarbij. Bij zware rukwinden kunnen grote zilverreigers uit de boom waaien door hun lage gewicht van slechts 1000 gram. De zwaardere aalscholvers en blauwe reigers zijn daar minder gevoelig voor. Bij dreigende storm slapen de zilverreigers daarom uit voorzorg laag bij de grond of in het riet. De vogels zijn nogal schuw. Als ze gestoord worden vliegen ze met majestueuze vleugelslagen weg. Soms is er een opmerkelijke samenwerking met aalscholvers. Jagende aalscholvers drijven gezamenlijk visjes naar de oever van een plas, waar grote zilverreigers klaar staan om ze te verschalken. De aalscholvers krijgen de overblijvende visjes weer terug. Inmiddels overwinteren er minstens 6000 grote zilverreigers in Nederland. De meesten gaan in het voorjaar terug naar Zuid-Oost Europa om te broeden in rietmoerassen en ooibossen. Momenteel broeden er zo'n 350 paren in Nederland. De Kloosterkolk in de Botshol is een groepsslaapplaats en inmiddels ook een broedkolonie. De omliggende weilanden zijn hun foerageergebied.

Eind 19e eeuw dreigde de grote zilverreiger in Europa en Amerika uit te sterven omdat wufte dames hun hoeden tooiden met de sneeuwwitte veren. Honderdduizenden zilverreigers werden voor die mode gedood. Gelukkig werd dat snel verboden anders hadden we nu niet kunnen genieten van deze elegante, hagelwitte vogel.

Gerda Veth,
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2019-03, 16 januari 2019, pagina 3

Naar columns 2019