Column week 19, Niets menselijks is de meerkoet vreemd…

De meerkoet ziet er een beetje uit als een mislukt experiment. Een dofzwart bol lijf, een rubberachtige witte bles op het voorhoofd en poten die eerder bij een vetplant passen dan bij een vogel. Veel mensen vinden meerkoeten geen vogels om te knuffelen, ‘opgefokte lelijke rotbeesten’ zijn het, die ook nog eens ‘vieze’ nesten bouwen uit allerlei afval, ‘agressieve krengen’ die voortdurend aan het bakkeleien zijn.

MeerkoetVerborgen in struiken en bomen vechten veel vogels met elkaar, ook de zogenaamd vreedzame duiven kunnen er wat van, het verschil is dat meerkoeten hun conflicten openlijk beslechten en met veel kabaal. Mannetjes beginnen, aangemoedigd door het gekef van de vrouwtjes, die als de strijd dat vereist graag inspringen. De ‘vieze’ nesten van papier, karton en plastic die ze soms bouwen zijn vooral een bewijs van hun vindingrijkheid. Ze zijn een beetje speedy, altijd in de weer, vechtend, patrouillerend of foeragerend, zelden zie je ze kalm voor zich uit zitten vegeteren zoals eenden dat zo goed kunnen. Maar kunnen we ze dat kwalijk nemen?

Ondanks hun wat zonderlinge ontwerp zijn ze als soort bijzonder succesvol. Overal waar water is zie je ze, tot in de stadscentra toe. Dat is een recente ontwikkeling, het eerste broedgeval in de Amsterdamse binnenstad werd pas in 1989 gesignaleerd. Vanuit recreatiegebieden en buitenwijken hebben ze de steden gekoloniseerd. Hun sleutel tot succes ligt in de meertjes, vaartjes, vijvertjes en andere waterpartijtjes die de mens de afgelopen decennia heeft aangelegd. Zoals merel en houtduif anderhalve eeuw geleden nog schuwe bosvogels waren, leefde de meerkoet ooit als een echte moerasvogel. Veel vogelsoorten zijn verdwenen omdat ze niet bestand waren tegen het loodzware stempel dat wij op het landschap drukken, andere profiteren daar juist van. Zoals de meerkoet.

Ze wekken de indruk een alledaags leventje te leiden en sommige meerkoeten brengen inderdaad hun hele leven door in een vijvertje in de buitenwijk. Maar andere zijn juist avontuurlijk en vliegen jaarlijks een retourtje Afrika, dwars over Sahara en Middellandse Zee.
Vliegen!? Kunnen die plompe beesten vliegen!? Ja, dat kunnen ze. Maar ze moeten wel een behoorlijke aanloop over het water nemen op hun platvoeten om los te komen. Vliegen doen ze vooral ’s nachts, als niemand het ziet. Soms in enorme zwermen. Tegen de tijd dat de zon opkomt zitten ze dan zomaar een paar honderd kilometer verder. Honkvast, avontuurlijk, agressief, luidruchtig, actief, vindingrijk, niets menselijks is de meerkoet vreemd.

Jaap Kranenborg

Digitale krantversie Column 2019-19, 8 mei 2019, pagina ?

Naar columns 2019