Column week 13, Roeptoeters

Inmiddels is het officieel lente, maar vogels wachten niet tot wij dat hebben bepaald, die  hebben het voorjaar allang in de kop als schaatsfanaten nog over  Elfstedentochten fantaseren. Zodra de dagen lengen zitten ze al wat te lispelen, in januari klinken  de eerste serieuze zangoefeningen en in februari  komt het ochtendconcert  op gang. Een echte vroege vogel is de zanglijster, die  begint soms al in januari met het echte zangwerk en ook  ‘s ochtends is hij als één van de eerste uit de veren. Ruim voor zonsopgang, als andere vogels  nog dutten,  laten zanglijsters vanaf een hoge post hun uitbundige zang al horen. 

Zanglijster Foto Willem Jan HoeffnagelFotograaf Willem Jan Hoeffnagel

Mensen   zingen  vaak omdat ze dat leuk vinden, maar voor vogels is het  van levensbelang. Een beetje volume is dan mooi meegenomen. Zanglijsters hebben een luide stem en door al vroeg te beginnen vallen ze nóg beter op. Hun zang is eenvoudig te herkennen, niet zo melodieus als die van neef merel,  de zanglijster is meer een roeptoeter, die alles wat hij roept ook nog eens herhaalt, meestal drie keer. Vrij vertaald roept hij: “Ik ben een mooi  mannetje!  Ik ben een mooi mannetje! Ik ben een mooi mannetje! Ik zoek een leuk vrouwtje! Ik zoek een leuk vrouwtje! Ik zoek een leuk vrouwtje! Ik ben er klaar voor! jij ook!? Ik ben er klaar voor! jij ook!? Ik ben er klaar voor! jij ook!?” 

Dat is trouwens zo’n beetje de boodschap van alle vogelmannetjes. En onderschat   ze niet, ze beroeren  met hun fluiten, roepen, schreeuwen, krassen en piepen rechtstreeks de hormoonhuishouding van hun vrouwelijke soortgenoten. Die horen een serenade waar ze behoorlijk opgewonden van kunnen raken. 
Maar bij rivaliserende zanglijstermannen komen dezelfde  tonen  totaal  anders binnen. Voor hen klinkt het als:  “Optiefen! Optiefen! Optiefen!  Pleur op! Pleur op! Pleur op!” 

Als ze niet zingen kun je zanglijsters zien springen en rennen op het gras, op jacht naar regenwormen, insecten, duizendpoten, pissebedden en slakken. Die slakken helpen ze hun huis uit door ermee op een steen te rammen, vaak op een vaste plek, de ‘smidse’, te herkennen  aan  de scherven eromheen.  Rond deze tijd zijn ze druk in de weer rond hun diep in de struiken verborgen komvormige nest. Maar ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat kun je ze hun dubbele boodschap  horen roeptoeteren.  Let er maar eens op. Wat hoor jij?  Welluidende klanken? Driemaal  “Ik ben er klaar voor! Jij ook!?” Of een herhaald   “Pleur op!”?

Jaap Kranenborg
 

 

Digitale krantversie Column 2019-13, 27 maart 2019, pagina 6

Naar columns 2019