Insecten en bodemdieren
Akelige beestjes
Vaak worden, zonder een aanwijsbare reden, meestal kleine dieren of insecten, aangewezen als “akelige” , “gevaarlijke”, “afschrikwekkende” diertjes of beestjes . In wandelingen met een Natuurgids kan aandacht worden besteed en uitleg worden gegeven over de bijzonderheden, de leefwijze, de slimheid en vaak vernuftige manieren van overleven.
Daarmee kan worden bereikt dat mensen meer begrip, bewondering, verwondering en respect krijgen voor deze wereld. Wellicht worden dan de vaak onterechte begrippen en opvattingen gerelativeerd.
Bladluizen
Bladluizen (Aphidoidea) zijn kleine plantenetende insecten die zich met stekende en zuigende monddelen (stiletten) passief voeden met sappen uit het floëem, net als witte vliegen (‘Aleyrodoidae’). Het floëemsap stroomt door de zeefvaten en staat onder hoge druk. Het wordt door de plant in het voedselkanaal van de bladluis geperst zodra de stiletten een floëemvat aanprikken.
A.
Bladluizen zijn insecten die behoren tot de orde van de “Hemiptera” met in totaal circa 80.000 verschillende soorten.
De Hemiptera (= halfvleugeligen) worden – en wat mij betreft beter – ook snavelinsecten genoemd. De vertegenwoordigers binnen deze groep dragen allemaal snavelvormige monddelen.
Binnen de snavelinsecten onderscheiden we de ”heteroptera” en de “homoptera”.
Halfvleugeligen of snavelinsecten (Hemiptera) vormen een orde van insecten waarvan de soorten over de gehele wereld voorkomen. Tot de snavelinsecten behoren alle wantsen, bladluizen en cicaden. Er zijn ongeveer 80.000 soorten[1] die in grootte verschillen van enkele millimeters tot ongeveer 15 cm.
De Latijnse aanduiding Hemiptera gaat terug op het Griekse ἡμι- (‘hemi’; “half”) en πτερόν (‘pteron’; “vleugel”), en verwijst naar de voorvleugels van veel halfvleugeligen, waarvan het voorste gedeelte verhard is en het achterste deel een zacht membraan vormt.
Aangezien veel soorten van plantensappen leven, wordt een groot aantal gezien als plaaginsect. Snavelinsecten zijn een complexe groep van dieren die er totaal verschillend kunnen uitzien. Verschillende deelgroepen zoals de cicaden zijn nog enigszins gelijkend maar de wantsen en de blad- en schildluizen kennen een enorme variatie in lichaamsvorm en levenswijze.
Met name de wantsen zijn een enorm gevarieerde groep waarvan een aantal soorten ook in het water kan worden aangetroffen. De cicaden echter leven nooit in het water, als larve leven ze vaak ondergronds en de volwassen dieren leven op planten.
De bladluizen zijn berucht omdat ze in grote aantallen kunnen voorkomen in tuinen, plantages en kassen. Ze hebben als bijzonderheid dat een aantal soorten eierlevendbarend is, de jongen komen levend ter wereld en niet in een ei.
Wantsen (Heteroptera) vormen een onderorde van insecten die, evenals de onderordes van cicaden en plantenluizen, deel uitmaakt van de orde der Hemiptera. Deze indeling is niet geheel onomstreden, omdat de cicaden waarschijnlijk van de wantsen afstammen, en hun groep derhalve niet als gelijkwaardige onderorde naast de wantsen kan worden gezien.
Wantsen zijn gewoonlijk kleine insecten; de meeste soorten zijn kleiner dan een centimeter. Ze hebben in beginsel vier vleugels, bij sommige soorten zijn deze gereduceerd. Wantsen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling. Ze verschillen van andere groepen insecten doordat ze buisvormige monddelen hebben waarmee voedsel wordt opgezogen.
Sommige soorten, bijvoorbeeld de bedwants, staan bekend als plaaginsecten die ook binnenshuis voorkomen. Een aantal soorten veroorzaakt schade aan landbouwgewassen, maar minder verwoestend dan bijvoorbeeld plantenluizen of sprinkhanen. Van veel wantsensoorten kunnen de mannetjes, net als bij sprinkhanen, geluid produceren dankzij – per soort verschillende – aanpassingen aan het lichaam. Van bepaalde wantsensoorten maken ook de wijfjes en larven zoemgeluiden. Dankzij haarachtige zintuigen op hun voelsprieten kunnen wantsen geluidstrillingen waarnemen
Daarbinnen onderscheiden we plantensapzuigende soorten en prooidierleegzuigende roofwantsen.
De onderorde Homoptera of gelijkvleugeligen is een in onbruik geraakte groep van insecten. De cicaden en plantenluizen hebben tegenwoordig ieder een ‘eigen’ onderorde, respectievelijk Auchenorrhyncha en Sternorrhyncha. Samen met de Heteroptera of wantsen vallen de drie onderordes onder de orde Hemiptera of halfvleugeligen.
De plantenluizen en cicaden hebben gemeenschappelijk dat ze plantensappen opzuigen met stekend-zuigende monddelen die qua structuur gelijk zijn aan die van de wantsen.
De naam betekent ‘dezelfde vleugels’ (homo – ptera) en vormt een contrast met de gedeeltelijk leerachtige vleugels van de wantsen. Onder de Homoptera worden ook de dwergcicaden, bladluizen, schuimbeestjes en witte vlieg gerekend. Vele Homoptera zijn voor de mens belangrijke plagen.
Insecten (Insecta) zijn een klasse van zespotige, ongewervelde dieren die behoren tot de geleedpotigen (Arthropoda). Met meer dan een miljoen beschreven soorten vormen de insecten verreweg de grootste klasse binnen het dierenrijk. Geschat wordt dat vele miljoenen soorten nog niet zijn beschreven en benoemd. Insecten komen voor in vrijwel alle leefomgevingen op aarde, met name op het land en in zoetwater. In de zeeën overheerst een andere groep geleedpotigen, de kreeftachtigen.
De kreeftachtigen (Crustacea) vormen een grote, diverse substam van de geleedpotigen, waartoe veel bekende diergroepen behoren zoals de krabben, kreeften, garnalen, krill, pissebedden en zeepokken.[3] De kreeftachtigen worden ook wel schaaldieren genoemd, niet te verwarren met de schelpdieren (weekdieren).
Wantsen
A: Hydrometra stagnorum Vijverloper
B: Tingis ampliata Akkerdistelnetwants
C: Piesma maculatum Amarantwants
D: Graphosoma italicum De pyjamaschildwants, ook wel pyjamawants, rood-zwarte streepwants of gevangeniswants
E: Rhopalus parumpunctatus De bruinrode glasvleugelwants is een wants uit de familie knotswantsen (Rhopalidae).
F: Hesperocorixa sahlbergi De vlekmoerwants is een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
G: Elasmucha grisea De gewone kielwants is een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae)
H: Aradus cinnamomeus Aradus cinnamomeus is een wants uit de familie van de schorswantsen (Aradidae).
I: Coreus marginatus De zuringrandwants, zuringwants, lederwants of fluweelbruine randwants (Coreus marginatus) is een wants uit de familie van de randwantsen (Coreidae).
J: Coptosoma scutellatum
Plataspidae (kogelwantsen) – 59 geslachten en 560 soorten. Deze komen voor in Azië, met name in Oost-Azië, hoewel enkele soorten van Coptosoma voorkomen in het Palearctisch gebied. Coptosoma scutellatum is waargenomen in België en Nederland. Saileriolidae – deze familie werd in het verleden gerekend tot de Urostylididae. *Scutelleridae (pantser- of…
K: Pyrrhocoris apterus De vuurwants (Pyrrhocoris apterus) is een insect uit de onderorde van de wantsen (Heteroptera) en de familie van de vuurwantsen (Pyrrhocoridae).
L: Nepa cinerea De waterschorpioen (Nepa cinerea) is een insect uit de onderorde wantsen (Hemiptera) en de familie waterschorpioenen (Nepidae).
Insecten (Insecta) zijn een klasse van zespotige, ongewervelde dieren die behoren tot de geleedpotigen (Arthropoda). Met meer dan een miljoen beschreven soorten vormen de insecten verreweg de grootste klasse binnen het dierenrijk. Geschat wordt dat vele miljoenen soorten nog niet zijn beschreven en benoemd. Insecten komen voor in vrijwel alle leefomgevingen op aarde, met name op het land en in zoetwater. In de zeeën overheerst een andere groep geleedpotigen, de kreeftachtigen.
Insecten (Insecta) zijn een klasse van zespotige, ongewervelde dieren die behoren tot de geleedpotigen (Arthropoda). Met meer dan een miljoen beschreven soorten vormen de insecten verreweg de grootste klasse binnen het dierenrijk. Geschat wordt dat vele miljoenen soorten nog niet zijn beschreven en benoemd. Insecten ko
Verschillende stadia van de groene appelluis (Aphis pomi) A=Volwassen vrouwtje B=Volwassen mannetje C=Onvolwassen vrouwtje D=Eierleggend vrouwtje E=Eitje.
(Blad-)LUIZEN (e.o.)
Bladluizen Hemiptera : heteroptera en homoptera
Tot de homoptera, gelijkvleugeligen, rekent men de cicaden, spuugbeestjes, bladluizen, witte vliegen. De vleugels zijn geheel vliezig, “helemaal gelijk”, en staan in het algemeen als een “dakje” boven het achterlijf.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cicaden