Het voedsel van de das

Naar het dieet van dassen is veel onderzoek gedaan. En ook al is de das een alleseter, in de Nederlandse situatie lijken regenwormen een groot deel van het jaar favoriet. Dassen hebben echter een neusje om over te schakelen op andere voedselbronnen als ‘de tijd rijp is’.

Het algemeen bekende voedsel van de das is de regenworm en de engerling. Dus hij gaat in weilanden op zoek naar regenwormen en graaft deze uit. De sporen van een das zijn dan ook goed zichtbaar in weides. Maar niet zo erg en groot als van een everzwijn. De tegenwoordige weides worden echter zodanig aangelegd dat het aantal natuurlijk voorkomende regenwormen aanmerkelijk is afgenomen. Dus de das moet op zoek naar andere voedselbronnen.

Bessen en rupsen

De dassen weten feilloos wanneer de bessen van struiken rijp zijn. Dat is het belang van het aanplanten van bessenrijke struiken. Bij een aantal struiken zit de dichtstbijzijnde burcht op behoorlijke afstand en de rest van het jaar zie je nooit sporen in de omgeving, maar in augustus lijkt het wel een snelweg. De onderste vijftig centimeter van de struiken worden systematisch afgezocht. De nog onrijpe bessen worden overgeslagen. Het gebeurt ook wel eens dat de das te lui is om terug te lopen naar de burcht en gewoon onder de struik op wat pijpestrootjes de dag doorbrengt.

Amerikaanse trosbosbes of blauwe bes (foto: Rasbak)

Een ander bekend fenomeen vindt plaats in piekjaren van de grote en kleine wintervlinder. In het voorjaar vreten miljoenen rupsen de eiken kaal, waarbij de dassen zich op hun beurt te goed doen aan de op de grond vallende rupsen. Wellicht hebben de dassen zich ook te goed gedaan aan de periodes van de veel voorkomende eikenprocessierupsen.

Fotograaf: Gerda Maurer, Engbertdijksvenen

Mais

Een ander bekend voorbeeld van een tijdelijke voedselbron voor dassen is mais. Als de kolven bijna rijp zijn, schakelen dassen graag over op deze voedselrijke planten. Soms graven ze zelfs een tijdelijke burcht in een maisperceel en gaan ze te midden van het eten wonen. Het lijkt alsof dassen met hun poot onder tegen de stengel duwen waardoor de plant knakt. De kolf is dan binnen handbereik en vervolgens worden de voedzame maiskorrels met de tanden van de kolf gerist.

Maisstengels die door een das zijn plat gedrukt (foto: Aaldrik Pot)

Schadevergoeding

Voor agrariërs is dat minder leuk, al blijft de schade die hierdoor in maispercelen ontstaat meestal beperkt tot enkele honderden euro’s die meestal worden vergoed. Zie daarvoor: de website van www.bij12 

Emelten en Engerlingen

Naast bovengenoemde voedselbronnen weet een das zich ook prima te redden met larves van langpootmuggen (emelten) en meikevers (engerlingen). Bij het zoeken naar emelten en engerlingen, ontstaan vaak typische kuiltjes in de grond. Ook wel snuitputjes genoemd. Daarnaast staan kevers, nestjonge muizen en ratten, valfruit, eikels, jonge vogels en egels op het menu.

Snuitputjes van een das (foto: Aaldrik Pot)

Egels

Als een van de weinige predatoren is de das in staat een egel te verschalken. Maar het is ook weer niet zoals wel eens wordt beweerd dat dassen de oorzaak zijn van de achteruitgang van de egel. Uit diverse buitenlandse studies blijkt dat dassen zich relatief gemakkelijk aan lijken te passen. In droge landen als Portugal en Spanje leven dassen bijvoorbeeld vooral van insecten en op plantaardig materiaal in plaats van wormen.

Egel als prooirest van een das (foto: Aaldrik Pot)

Loopsporen
Bij de wat langere voedseltochten van dassen neemt de kans op het vinden van mooie loopsporen toe. Vooral op natte zandpaden kunnen dassen die op weg zijn naar zo’n tijdelijke voedselbron soms honderden meters gevolgd worden. Hierbij is goed af te leiden in welke gang een das onderweg is. In het algemeen kun je zeggen dat bij de gangen met een lagere snelheid zoals stap en een sukkeldrafje (de favoriete gang van een das bij het afleggen van langere afstanden) de afdruk van de voor- en achterpoot elkaar geheel of gedeeltelijk overlappen. Bij een galop staan de prenten in groepjes van drie of vier bij elkaar en neemt de afstand tussen de passen behoorlijk toe.

 

Prenten van een das, waarbij de prent van de achtervoet over die van de voorvoet is afgedrukt (foto: Aaldrik Pot)