Maretak

Viscum album

maretakVogellijm is een plant die op bomen parasiteert en waar van oudsher een waas van geheimzinnigheid omheen hangt. Bij ons komt deze parasiet vrijwel alleen in Zuid-Limburg voor en op Voorne.

Een buitenbeentje in Nederland
De Vogellijmachtigen of Loranthaceae vormen een overwegend tropische familie met ongeveer 35 geslachten en 1300 soorten. Het zijn bijna allemaal boomparasieten met bladgroen. Parasitaire planten met bladgroen worden vaak als halfparasieten aangeduid, omdat ze zelf met behulp van zonlicht en koolzuur uit de lucht organische bouwstoffen kunnen maken. Voor hun mineralen echter zijn ze voor 100 procent afhankelijk van de sapstroom van hun gastheer. Eén van de weinige soorten die in Europa en ook in Nederland voorkomen is de Vogellijm, Maretak of Mistel Viscum album. Het is een enigszins houtige plant met gaffelvormige vertakkingen en geelgroene, langwerpige, tegenoverstaande bladeren. Hij vormt vaak bolvormige, heksenbezemachtige bossen tot ongeveer een halve meter in doorsnee. Wie denkt nooit Vogellijm gezien te hebben vergist zich misschien. Onder de Engelse naam Mistletoe geniet de plant veel grotere bekendheid.

Vogellijm en kalk
In Nederland is Vogellijm zeldzaam, behalve in Zuid-Limburg. Wie een wandeling langs het riviertje de Geul maakt of op Voorne door de duinen loopt, kan de karakteristieke bolvormige bossen in de daar groeiende populieren niet missen, vooral niet in het voor- of najaar, als er geen bladeren aan de bomen zitten. In boomgaarden groeit de soort vooral op appelbomen. Het aantal boomsoorten dat als gastheer kan fungeren is overigens aanzienlijk. Twee niet in Nederland voorkomende ondersoorten groeien zelfs op coniferen. Het verspreidingsgebied van Vogellijm is sterk gebonden aan kalkrijke grond. Voor een boomparasiet is dat nogal verrassend. Het verklaart wel waarom de soort bij ons juist in Zuid-Limburg voorkomt. Daar begint immers een zich ver naar het zuiden uitstrekkend mergel- en krijtgebied. Wie met de trein vanuit Nederland naar Parijs rijdt en oplettend naar buiten kijkt, kan zelf het vrij plotselinge massale optreden van deze eigenaardige plant constateren als de trein tot halverwege België is gevorderd.

Verspreiding van de zaden
De witte vruchtjes worden veel door vogels gegeten, met name door de Grote lijster Turdus viscivorus, zoals de wetenschappelijke naam viscivorus zelfs aangeeft. Ook de Engelse en Duitse namen Mistle thrush en Misteldrossel duiden hierop. Het kleverige karakter van de vruchten is een nuttige verspreidingsaanpassing van de plant. Omdat het een boomparasiet is, moeten de zaden op de juiste bomen terechtkomen. Als dit niet gebeurt gaan ze te gronde. Vogels die de vruchtjes eten vegen de aan hun snavel plakkende zaden af aan de takken, vaak van dezelfde boom. Omdat ze kleverig zijn blijven ze goed zitten en krijgen ze de kans te ontkiemen. Verspreiding via uitwerpselen die op een tak terechtkomen is ook mogelijk, maar meer een kwestie van toeval. Gastheerbomen worden soms zo zwaar met vogellijm geïnfecteerd dat ze tenslotte, mede door hun teruglopende conditie, onder het gewicht bezwijken.

Toepassingen en rituelen
Uit de vruchtjes bereidden vogelvangers vroeger een taaie lijm voor hun lijmstokken. Vandaar de officiële Nederlandse naam. De plant stond in hoog aanzien bij de oude Kelten. Het was een symbool van eeuwigheid en de onsterfelijkheid van de ziel. Exemplaren op Eiken, wat zelden voorkomt, werden vereerd door hun priesters, de druïden. Die oogstten de planten met veel ceremonieel. De Romeinse schrijver Plinius verhaalt daarover. Wie zich op speelse wijze wil informeren, raadplege het stripboek "Asterix en het gouden snoeimes". Ook werd de plant toegepast tegen allerlei kwalen en ziekten. Wij weten nu dat Vogellijm inderdaad medicinaal werkzame stoffen bevat, onder andere met tumorremmende en bloeddrukverlagende werking. Als Mistletoe is de plant sinds eeuwen in gebruik als groenversiering rond de kerstdagen. Ook heeft een slimmerik bedacht dat je iemand die onder een Mistletoe staat, mag kussen. Mogelijk is dat gebruik een overblijfsel van een oud vruchtbaarheidsritueel.

Piet Mout