Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid

Geologie van het Gooi



Foto 1: Witte, kwartsrijke zanden, vlak onder het maaiveld (Laren, Kerklaan).

De geologie van het Gooi wordt vooral gekenmerkt door het voorkomen van stuwwallen, de bekende Gooise heuvels. Vooral in Hilversum en bij Blaricum en Laren zijn deze verheffingen duidelijk waarneembaar. Behalve stuwwallen vinden we ook hele andere afzettingen in het Gooi, zoals delta’s en dekzanden. Op deze pagina wat meer over de geologische historie van het Gooi, geïllustreerd met vijf foto’s die de belangrijkste geologische formaties in beeld brengen.

De ondergrond van het Gooise landschap is al meer dan 500.000 jaar geleden gevormd, toen de Eridanosrivier vanuit het Oostzeegebied dikke pakketten zand en grind afzette in het Noordzeegebied. Deze afzettingen zijn zeer kwartsrijk. In het Gooi vinden we ze plaatselijk aan het oppervlak, dankzij de stuwing door het landijs.

Op foto 1 is bovenaan een enkeerdlaag zichtbaar (de donkere laag bovenin het profiel), gevormd door eeuwenlange akkerbouw. De eerdlaag gaat met een scherpe begrenzing over in dekzand: de lichtbruin gekleurde laag direct onder de eerdlaag. Onder het dekzand bevinden zich de witte zanden, die uit vrijwel zuiver kwarts bestaan. Zeer waarschijnlijk behoren deze zanden tot de Formatie van Peize, een formatie uit het Vroeg-Pleistoceen die in grote delen van de Noordzee en Nederland is afgezet door het Eridanosrivierstelsel. Tussen het dekzand en de witte zanden bevindt zich dus een tijdshiaat van enkele honderdduizenden jaren!

 

Foto 2: Anticlinale structuren in gestuwde Maas-Rijnafzettingen (Hilversum, Vaartweg).

 

 

 

 

 

 


Nadat de Eridanos door het omhoog komen van Denemarken werd afgesneden, kwam midden-Nederland onder invloed van de Maas en de Rijn. Deze rivieren hebben bruingetinte zanden en grind afgezet gedurende enkele honderdduizenden jaren. Tussen 150.000 en 120.000 jaar geleden breidde Scandinavisch landijs zich uit tot in het Gooi en stuwde deze afzettingen op tot heuvels, stuwwallen genoemd. In de stuwwallen zijn plaatselijk fraaie glaciotektonische structuren zichtbaar.

Foto 2 toont een dubbele anticlinale structuur. Op de voorgrond een duikende anticlinale plooi. Het kompas ligt op de rechterflank van een volgende, recht lopende, anticlinale plooi. De top van deze plooi is goed zichtbaar in het verticale wandje achteraan op de foto. De ijsdruk kwam hier van rechts. Met name de eerste plooi (vooraan) is door de ijsdruk ernstig vervormd. Strekkingsrichting: 360°.


Foto 3:  Een detail van sheet flow sandrafzettingen (Bussum, Ceintuurbaan)

 

 

 

Zo’n 120.000 jaar geleden werd het klimaat snel warmer. Het landijs smolt in een periode van enkele duizenden jaren. De grote hoeveelheden water die hierbij vrij kwamen, hebben ook hun sporen nagelaten in de Gooise ondergrond.

Dikke pakketten strak horizontaal gelaagd zand en grind, gevormd door het massaal wegstromen van ijssmeltwater.

 

Foto 4: Delta in een smeltwatermeer (Hilversum, Witte Kruislaan)

 

 

Zichtbaar is de foreset van een delta. Een foreset is het gedeelte van een delta met kenmerkende scheve gelaagdheid. De foresetgelaagdheid ontstaat doordat op de top van de delta steeds zand wordt afgezet, dat in dunne laagjes naar beneden glijdt op de helling van het deltafront. De delta is ontstaan in een smeltwatermeer ter plaatse van het huidige Mediapark van Hilversum.

 

Foto 5: Dik pakket zandig dekzand met onderin Laag van Usselo (Baarn, Kerkstraat)

 

 

 

 

 

 

Rond de 110.000 jaar geleden begon het klimaat weer langzaam kouder te worden, het Weischelien brak aan. Tijdens deze koude tijd bereikte het landijs Nederland niet, maar verdween wel vrijwel overal de vegetatie, zeker tijdens de koudste delen van het Weichselien. Zo’n 10.000 – 25.000 jaar geleden zijn in het Gooi op grote schaal verstuivingen opgetreden, waarbij dekzanden werden afgezet. We vinden deze vooral in een langgerekte strook vanaf de Uiltjesbergen bij Hilversum tot aan de Postiljon bij Laren. Ook bij Baarn vinden we dikke voorkomens dekzand. Op veel plaatsen vinden we in het dekzand een dunne bodemhorizont van zo’n 11.000 jaar geleden, de Laag van Usselo. Deze laag is getuige van een kortstondige opwarming, waarna het klimaat voor een periode van enkele eeuwen weer sterk afkoelde en er opnieuw verstuiving kon optreden (de Jonge Dryasperiode).

Deze plek lag in de luwte van de Baarnse stuwwal, waardoor zich hier een dik pakket dekzand kon vormen. De foto toont onderin een dunne donkere laag, dit is de Laag van Usselo. Daar bovenop een pakket zandig dekzand, met een dikte van zo’n 4 meter, afgezet in hooguit 1000 jaar!
Bron
Koopman, S., A.E. Pfeifer & G.H.J. Ruegg, 2008;

Goois Geologisch InformatieSysteem