De Boerenberg - Geschiedenis van plaats en gebouw

Het IVN-gebouw staat op de Boerenberg (vroeger Heurensberg). Vermoedelijk stond er al in de twaalfde eeuw een kerk op deze heuvel, en wel op de plek waar nu het verenigingsgebouw staat. Er heeft ook ooit een burcht gestaan, namelijk op de aangrenzende burchtheuvel. Dit was een zogenaamde ‘motte’, een kunstmatige ophoging. Om de burchtheuvel te maken werd namelijk een diepe gracht gegraven in de helling. Alle grond die daarbij vrijkwam, werd op de burchtheuvel geworpen, zodat deze heuvel enigszins vrijstaand kwam te staan, hoog boven het dorp en door de droge gracht afgescheiden van de eigenlijke Boerenberg. Nu nog is de gracht met de onderdoorgang te zien, hoewel de gracht en de motte niet meer zo diep of hoog waren als ze ooit geweest zijn. De burcht werd in 1369 verwoest omdat de roofridders van Eys de andere edelen en de aartsbisschop van Keulen een doorn in het oog waren.

De kerk op de heuvel was al in 1712 bouwvallig. Een paar decennia later werd graaf Ferdinand van Plettenberg heer van de streek rond Wittem en Eys. Hij vond dat er centraal in het dorp een nieuwe kerk gebouwd moest worden, de huidige St.-Agathakerk. En hij voegde in de jaren 1730 de daad bij het woord.

Op de plek van de oude kerk bleef een kapel staan, tot 1958. In dat jaar werd de kapel afgebroken en met de oude stenen bouwde men het huidige IVN-gebouw. Binnen herinnert nog een steen met inscriptie uit de oude kapel aan de religieuze gebouwen die hier gestaan hebben. In de beginjaren was het gebouw bestemd voor activiteiten van Jong-Nederland, later mocht de IVN afdeling Eys er gebruik van maken, tot op heden. Het gebouw is nog steeds eigendom van de R.K. parochie St.-Agatha.

Een andere bijzonderheid is de grote steen, langs het bergpad. De inscriptie in deze steen herinnert aan de oudste vermelding van Eys en Wittem (‘Eyra et Witham’). Ze worden voor het eerste genoemd in het jaar 1125. Toen werden Wittem en Eys door de adellijke weduwe Guda geschonken aan de abdij Sint-Jacobus in Luik, waar Guda na het overlijden van haar echtgenoot introk. Tegen het IVN-gebouw hangt een plaquette die tekst en uitleg hierover geeft.

Met dank aan Luc Wolters, historicus