IVN-column 2018-02 Column Blauwe reiger

Strak, frivool, een hals buigzamer dan riet 

Blauwe ReigerIn een mistig weiland zie ik een blauwe reiger met een spartelende mol in de snavel geklemd. De reiger laat de mol even vallen, hakt met zijn dolksnavel ongenadig op hem in en grijpt hem weer. De mol stribbelt minder tegen, maar van overgave is nog geen sprake. Opnieuw laat de reiger hem los, het pluimpje op zijn kop wuift ongepast vrolijk mee met zijn moorddadige snavelstoten. De mol beweegt nauwelijks meer en  de reiger jongleert net zo lang tot hij hem languit in de snavel heeft, strekt zijn nek en begint te slikken. Langzaam verdwijnt de mol in de reiger, het laatste wat ik van hem zie zijn de verontrustend menselijke graafhanden. Zijn contouren vervagen tot hij niet meer dan een bult is in de hals van de reiger. Die kijkt een beetje benauwd, beent naar een sloot en buigt stijfjes voorover om slokjes water te nippen. Zo’n mol zal wel een grondsmaak hebben.

Ik heb reigers vaker met grote prooien in de weer gezien, een snoek, een rat, een jong eendje. Altijd een wreed tafereel, maar zo’n om hulp piepend eendje…

Los daarvan kun je hun tafelmanieren vergelijken met dat wij een hele kip met poten, veren en kop zonder te kauwen zouden doorslikken. Probeer dat maar eens! Nu zit hun hals anders in elkaar dan de onze, hun slokdarm kan zowel vóór als achter de halswervels langs en als ze hun nek strekken, ontstaat een ruime buis waar zo’n compleet beest doorheen kan.

Bij het vliegen krommen ze die nek in een S zodat hun zwaartepunt niet te ver naar voren verschuift, maar in het voorjaar vliegt reigerman opeens met gestrekte hals om reigervrouw te imponeren. Allemaal dankzij speciale halswervels, die tevens van pas komen om de snavel te lanceren bij het ‘mollen’ van prooien.

Soepel dus, ook in hun aanpassing aan ons. Als op de markt viskramen worden afgebroken staan daar dikwijls meerdere reigers geduldig te wachten, als gieren bij een stervend dier. En hengelaars krijgen soms een reigermaatje.

Star zijn ze ook. Hebben ze eenmaal besloten hier te overwinteren, dan verhongeren ze liever dan daarop terug te komen. Heel anders dan neef zilverreiger, die gewoon naar warmer oorden vertrekt als de kou voedsel hier onbereikbaar maakt.

Rechtlijnig en soepel dus. En zo zien ze er ook uit: strakke poten en snavel, frivole franje op kop, borst en rug, een hals buigzamer dan riet.

 

Jaap Kranenborg

Digitale krantversie Column 2018-05, 31 januari 2018, pagina 8

Naar Columns 2018