Haat en liefde in de polder
De laatste meesjes
Dit voorjaar kan ik er niet meer om heen: ik moet onder ogen zien, dat mij tuin is overgenomen.
Jaren was de tuin een broedparadijs voor vele soorten vogels: merels, koolmezen, pimpelmezen, staartmezen, klauwieren, spreeuwen, ringmussen, winterkomikjes, vinken. En roodborstjes natuurlijk, allemaal vonden ze een plekje ergens in de tuin: in de nestkastjes maar ook in de wilgen en de hagen. En in de grote struiken.
Maar de laatste paar jaar kwamen er ook wat spreeuwen broeden. Hoog in de treurwilg eerst. Dat beviel blijkbaar goed, want ze namen ook de steenuilenkast in beslag, die aan een knotwilg is gemonteerd. En ze bouwden zelf ook wat nesten in de wilgen.
De andere vogeltjes vonden dat niet leuk. Ze hadden wel hun eigen nestkastjes, maar ze durfden de kastjes vlak bij de spreeuwen nesten niet meer te gebruiken. De spreeuwen schoven ieder jaar een paar wilgen op.
En dit jaar is de overname compleet: in mijn tuin broeden geen mezen meer. De winterkoninkjes hebben zich verstopt in de uiterste hoek en de merels maken zich als altijd onzichtbaar.
Eind april zitten alleen al in 5 wilgen kleine spreeuwtjes te piepen. Overal vliegen de ouders af en aan. Begin mei worden de pulletjes geringd. En eind mei zijn overal de jonge spreeuwtjes te horen: als ze net uitgevlogen zijn bedelen ze heel luid om nog een weekje aandacht en natuurlijk voer.
Dat was de voorjaarsvogelpret in mijn tuin dacht ik. De spreeuwen hebben het echt naar hun zin gehad en nu is het voorbij.
Maar de hele maand juni zie ik toch nog volwassen vogels achter in mijn tuin naar een wilg vliegen. Steeds vaker, en eind juni ook steeds sneller. Het kan niet anders: daar worden jonge vogeltjes gevoerd! Misschien heeft een koppeltje meesjes toch nog de stoute schoenen aangetrokken?
Ik sluip naar de wilg, hoor wel gepiep maar de ouders houden zich schuil. Het blijft nog spannend!
Dan barst in de nacht van 27 juni een extreem onweer los. Doorflitsende bliksem, slagregens, storm vlagen.
Als ik de volgende dag buiten ga kijken zie ik het meteen: er is een wilg in tweeën gesplitst. Een dikke tak is er af gescheurd. Ik kom dichterbij en dan zie ik het: precies de wilg van de jonge vogeltjes!
In de oksel van de boom zie ik het nest. Er zit nog één klein eitje in. Een turquoise eitje. Een spreeuweneitje dus. Dus de meesjes hebben het toch niet gered.
En de laatste spreeuw ook niet.
Catherine

