Column week 7, Soms zijn ganzen gezellig

Een tijdje terug was de nationale tuinvogeltelling. Ik was niet helemaal tevreden met de tien soorten die ik geteld had. Dus ik was benieuwd of anderen in de buurt het er beter afgebracht hadden.
Op de site van vogelbescherming kan je een kaartje aanklikken met de tellingen dicht bij je huis. Ik klikte op wat rode stipjes en bij één telplek zag ik dat de teller vijftig grauwe ganzen had geteld in de tuin. Ik benijdde die teller niet: 50 grauwe ganzen in je tuin betekent iedere paar seconden een klodder ganzenpoep.
Toen ik net woonde in mijn huidige huis kreeg ik veel bezoek van ganzen. Het gras in de tuin lokte ze. En er zijn allerlei heerlijke plekken om met je vaste partner in de zon te zitten en een beetje te dutten voor het paren en nestbouwen begint.  Het was sneu voor ze, maar ik vond het toch geen goed idee dat ze bij mij kwamen wonen.
Dus het eerste jaar ben ik vele malen naar buiten gelopen, klappend in mijn handen. Eerst reageerden ze traag. Heel langzaam liepen ze naar het water en plonsden er traag en onwillig in. 
Maar het ging steeds beter. Na een jaar hoefde ik alleen nog maar naar buiten te stappen en één klap in mijn handen te doen en daar gingen ze al.
En nu ben ik helemaal tevreden over ze: ik zie ze veel, ook in heel grote aantallen. Maar ze zitten aan de overkant. Of ze laten zich in het water glijden en zwemmen een rondje. Maar ze blijven op ‘hun’ terrein.
En dan zijn ganzen opeens gezellig.  Ze gakken knus in hun groepje. Graag luister ik daarnaar. Waarom ze het doen weet ik niet. Als ze in V-vorm vliegen gakken ze om de voorsten aan te moedigen. Maar waar ze over praten als ze rustig op de kant zitten?
In elk geval kan ik me nu weer verheugen op kleine pluizige bolletjes die in het voorjaar aan de overkant te zien zijn en met hun kleine snaveltjes proberen gras te eten.

Catherine

Digitale krantversie Column 2019-07, 13 februari 2019, pagina ?

Naar columns 2019