Column week 53, Schapen alleen hebben verdriet

Elke dag liep of reed ik erlangs: een klein weitje. Er is een hek en daarachter een bruggetje naar de weg.
In het weitje liepen drie schapen. En die drie schapen deden hun gewone schapendingen: samen lopen, een stukje rennen, af en toe even tegen elkaar duwen.
En verder natuurlijk rustig grazen en liggen en herkauwen.
Zo was het jaren lang.
Er straalde een absolute rust van ze uit.
Het viel me trouwens op dat ze tevreden waren met zo’n klein weitje. 
Maar op een dag was er opeens nog maar één schaap. 
Van de boeren in de omgeving heb ik altijd geleerd: een schaap alleen is sneu. Toen ik zelf nog schapen had in voorjaar en zomer kwamen er altijd twee of drie. Met natuurlijk hun lammetjes. Mijn schapen deden alles samen: vooral natuurlijk het voer ophalen dat ik ze iedere avond gaf. Of de noten en rozebottels die ze erg lekker vonden. 
Dus ik vroeg me af hoe dit goed moest komen, één schaap alleen in de wei.
Het schaap stond elke dag met haar kop tegen het hek. 
Alsof ze wilde zeggen: kom mij nu halen. Maar er kwam blijkbaar niemand . Want de volgende week stond ze daar nog: neus tegen het hek en staren.
Elke week werd ze een beetje magerder. Na een week of vijf was ze nog maar een uitgemergeld schaap. Ze stond niet meer bij het hek maar was voor het hek gaan liggen. Ik wist dus dat een schaap alleen ongelukkig wordt. Maar dat ze zózeer het gezelschap van andere schapen zou missen wist ik niet.
Nog een paar weken later was het weitje leeg.
Maar gelukkig. Twee weken later hoorde ik, dat het schaap terug was tussen haar zussen, nichten en andere familieleden. En dat ze alweer goed was opgeknapt. Ze had een besmettelijke ziekte gehad en moest dus even apart gehouden worden. Maar er werd wel aan haar gedacht.

Catherine

Afbeelding van Erbs55 via Pixabay 

Digitale krantversie Column 2019-53, 31 december 2019, pagina ?

Naar columns 2019