Column week 33, Maffe jager gespot

Het is een mooie vrijdagmorgen als ik een van mijn iets te weinig frequente rondjes ren over de Botsholse wegen. Het is halverwege juli en de meeste vogels hebben hun nageslacht grootgebracht of zijn bezig met hun laatste broedsel. Geen reden meer voor aubades van een mannetje om de dames te laten bezwijken voor zijn charmes. Met andere woorden, het is beduidend stiller om me heen dan een maand geleden. Als er minder te genieten is voor de oren, dan dus maar goed de ogen de kost geven. In de verte zie ik plotseling een eekhoorn aan de rand van de dijk. Best bijzonder want dat is meer iets voor bosrijke gebieden en niet echt voor ons open veenweidegebied. De eekhoorn ziet mij gelukkig niet naderbij zwoegen en steekt rustig de dijk over. Hij loopt keurig langs de weiderand en slaat linksaf een boerenerf op. Ik begin wat te twijfelen of het wel een eekhoorn is. Hij heeft weliswaar een vrij lange staart (met een mooie zwarte punt!), maar zonder de kenmerkende pluim. En waar een eekhoorn doorgaans met een wat bolle rug zoekend naar voedsel door het landschap gaat, heeft deze juist een gestrekte en vrij lange rug. Als hij plotseling als een stokstaartje rechtop gaat staan en speurend om zich heen kijkt, zie ik dat dit meer een jager is dan een verzamelaar. Een wezel is het eerste wat me te binnen schiet maar, eerlijk is eerlijk, ik weet niet zoveel van dit soort beestjes af. Ik kan hem vrij lang volgen op zijn tocht door het weiland dat hij inmiddels is ingetrokken. Razendsnel en slingerend door het weiland vervolgt hij zijn weg. Bij tijd en wijle gaat hij weer rechtop staan, op zoek naar buit. Kegelen heet dat, leer ik later op internet.
Thuis gekomen struin ik onmiddellijk het internet af, op zoek naar wat die ochtend mijn pad heeft gekruist. Ik zat er met een wezel niet ver naast, ontdek ik. Alleen, een wezel is niet veel groter dan mijn hand. Deze jager was toch meer formaat klein konijn en dan moet het een hermelijn geweest zijn. Het exemplaar dat ik die ochtend zag lopen had een lichtbruine vacht. Omdat ik hem alleen op zijn rug gezien had, was mij ontgaan dat hij op zijn buik wit is. In de winter worden hermelijnen (als ze noordelijk genoeg wonen) zelfs helemaal wit en die vacht was vroeger gewild om koninklijk bont van te maken. Al speurend op internet kom ik erachter dat hermelijnen er soms bizarre jachttechnieken op na houden. Zo vind ik op youtube een hermelijn die een konijn in de luren legt door zich volstrekt maf te gedragen. Het konijn kijkt gebiologeerd naar dit gedrag waardoor het hem volledig ontgaat dat de jager steeds dichterbij komt, totdat die ineens aan zijn keel hangt.  Een bijzondere ontmoeting op zomaar een vrijdagmorgen in onze mooie omgeving!

Sep Van de Voort, IVN Natuurgids

Digitale krantversie Column 2019-33, 14 augustus 2019, pagina ?

Naar columns 2019