Column week 21, Domweg gelukkig in de achtertuin

Voor een beetje natuur hoef je soms echt je tuin niet uit. Nu de lente opnieuw losbarst, posteer ik mij weer op mijn terras, verrekijker in de aanslag. Terwijl ik kouwelijk achter de geraniums zat, heeft onze huismerel niet stil gezeten. Hij is druk in de weer zijn drie uitgevlogen jongen op krachten te brengen. Dat is goed nieuws, want de merelstand is de afgelopen drie jaar flink terug gelopen door de merelgriep. De nieuwe aanwas in mijn achtertuin is wat dat betreft hoopgevend. Ondertussen is in een grote naaldboom een burenruzie uitgebroken. Ons “eigen” echtpaar Turkse tortel (ze huizen al enige jaren rond onze tuin en ik geloof werkelijk dat ze ons herkennen!) nestelt daar, net als een stel eksters. Beide paren zitten elkaar danig in de weg, wat zo nu en dan leidt tot woest vleugelgeklap boven in de boom. Even verderop in de tuin hoor ik de zwartkop zingen. Hij doet mij altijd denken aan een kind dat op huilerige toon komt klagen bij zijn moeder dat de buurjongen alweer zijn bal heeft afgepakt. Maar wel leuk dat hij in onze tuin zit, voor het tweede jaar op rij. Waar ik helemaal verrukt van ben is dat er dagelijks puttertjes neerstrijken in de grote els, achter in de tuin. Het vrolijke gekwetter van dit prachtig gekleurde vogeltje is een genot om te horen. Het lijkt een beetje op de drukke conversatie die de huiszwaluwen erop na houden tijdens hun onophoudelijke insectenjacht boven onze tuin. Zij zijn net weer gearriveerd en druk bezig hun nesten weer op orde te brengen. Die hebben ze de afgelopen jaren eigensnavelig  onder onze dakgoot aangelegd. Vorig jaar waren het er maar weinig omdat vele gesneuveld waren door stormen tijdens hun trek vanuit Afrika. Dit jaar zwermen ze echter weer in grote aantallen rond ons huis. Ondanks dat ik een natuurliefhebber ben, kan er zelfs mij soms iets teveel natuur in de tuin zitten. Zo zit mijn buxus vol met rupsen van de buxusmot, die langzaam maar zeker de heg opvreten. Voor de mezen is de heg hierdoor een soort van snackbar geworden, waar ze gretig induiken om verse rups te halen voor hun jongen. Daarom kan ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om chemische middelen in te zetten: de jonge mezen zullen het niet overleven. Maar de heg is me dan weer wel te lief om niet eigenhandig (zij het gehuld in latex handschoenen) de rupsen uit de heg te verwijderen en er de vissen in de sloot mee te verblijden. Het is een monnikenwerk en tegelijk een massamoord maar ik troost me met de gedachte dat ik heus wel rupsen oversla en niet alle nieuwe buxusmotten in de kiem smoor. Waarvan ik dan waarschijnlijk volgend jaar weer de gevolgen in de heg zal aantreffen, dat dan weer wel. Het blijft soms behelpen, die natuur dicht bij huis.

Sep Van de Voort,
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2019-21, 22 mei 2019, pagina ?

Naar columns 2019