Column week 17, Gekwetter en getsjilp in de struiken

Huismussen en wij mensen hebben een warme relatie. Wij zorgen voor voedsel en beschutting. Zij maken ons blij met hun gekwetter en hun grappige hippen. Met hun vertederende wat gedrongen voorkomen is het alsof ze op hun hurken zitten. Nu het volop lente is kwebbelen en tsjilpen ze dat het een lieve lust is. Ook de vrouwtjes tsjilpen zachtjes hun partijtje mee. Dat kan ontaarden in een soort 'koorzang'. De echte sexueel getinte zang  is echter voorbehouden aan de mannetjes. Die zang is niet veel anders dan een meer gestructureerde vorm van  getsjilp,  waarbij  de performance minstens zo belangrijk is, een mooie pose met opgezette borst en veel aanstellerij. 

Huismus manHet tsilpen gaat natuurlijk over de "liefde". De vrouwtjes willen allemaal een man die zorgt voor een sterk nageslacht, een man met de beste genen. Zij weten instinctief allang welke mannen dat zijn. De man met de grootste zwarte bef en de dikste zwarte snavel; die is dominant. Immers, hoe groter de bef, hoe groter ook de testikels en hoe beter het sperma. Garantie voor een sterk nageslacht, want daar gaat het in de vogelwereld tenslotte om.  De dominante mannen weten dat ook; pompen hun borst nog eens extra op en verleiden stiekem nog andere vrouwtjes. Alhoewel  een mussenrelatie er een voor het leven is, maken ze allebei uitstapjes. Maar merkt een mussenman  dat zijn vrouw in het broedseizoen wat vaak afwezig is, dan beschouwt hij dat als overspel; hij zal dan minder voedsel zoeken voor de jongen. Een trouwe vrouw kan rekenen op zijn onvoorwaardelijke zorg. In een gemiddeld mussennest tref je, door haar uitstapjes, jongen van diverse pluimage aan. 
Aan hun kegelvormige snavel kun je aflezen dat het zaadeters zijn. Ze voelen zich thuis in een rommelige tuin met schuurtjes en struiken. Ook hun nesten zijn vaak een rommeltje. Het zijn echte gezelschapsdieren, die graag in groepjes leven. Helaas gaan ze sterk in aantal achteruit door gebrek aan voedsel voor de jongen.

Jongen worden gevoerd met insecten. Pincetsnaveltjes hebben de huismussen niet. Meer ze zijn wel vindingrijk en behendig. Ze schudden insecten van klimopbladeren, stelen ze van andere vogels en pikken ze uit de lucht. Een ware kunst is het plunderen van spinnenwebben. De insecten worden eruit gepulkt en tenslotte grijpen ze ook de spin nog. 

Laten wij  ervoor zorgen dat onze gevederde vriendjes niet uitsterven, door ze een bloemrijke tuin aan te bieden met daarin veel insecten.

Gerda Veth, 
IVN-natuurgids

Digitale krantversie Column 2019-17, 24 april 2019, pagina ?

Naar columns 2019