Vogels
Terugblik roofvogel broedseizoen 2026
Inleiding
Het was een uitzonderlijk jaar omdat ik de controle dit jaar zonder mijn vaste fietsmaat Paul Reijs heb moeten doen. Hij was ziek en kon helaas niet deelnemen aan de inventarisatie ronden. Gelukkig gaat het op dit moment veel beter met hem en zijn we tijdens de nacontrole eind juli weer samen op pad geweest. Het was in elk geval een gemis aan gezelligheid en aanvulling of bevestiging van de waarnemingen. Je weet, vier ogen zien meer dan twee. Maar het is gelukt.
Methode
Begin maart ben ik gestart om in de bekende havik territoriums te inventariseren. Buizerd, sperwer en torenvalk worden meegenomen als we deze op onze route tegenkomen. De inventarisatie van de boomvalk en wespendief blijft uitdagend. Omdat de piek van hun broedseizoen aansluit op het intensieve monitoringtraject van de havik, ontbreekt het aan het einde van het seizoen soms aan voldoende veldkracht om deze latere soorten met dezelfde inzet te onderzoeken. De havik is onze doel soort. Sinds 2021 zijn er raven in onze onderzoeksgebieden Herperduin en in de Heeswijkse bossen actief aanwezig. Het was een nieuwe uitdaging om deze vroege nestelaars mee te nemen op onze inventarisatie tochten.

Figuur 1 Havik Klompven Herperduin Foto Theo van Orsouw
Gebiedskaart onderzoeksgebieden

De gele zone Gemeente Bernheze heeft veel kwaliteiten op het gebied van natuur en landschap. De roofvogel territoriums liggen ingeklemd tussen de A59 noordelijk in Heesch en de rijksweg A50 westelijk bij Nistelrode. De natuurwaarden van de kleine landschapselementen zoals houtwallen en de kleine bosjes bij het pompstation Brabantwater, Jonkerbos en Wolvenbos maken het aantrekkelijk voor vogels. Dit geldt ook voor de bossen bij Nistelrode en in het Zuidelijkste deel van het zoekgebied de Heeswijkse bossen. Het onderzoeksgebied Oss Herperduin en Maashorst-N bestaat uit Geffense bosjes, de Stelt het Vierwindenbos en het bos rondom de Naaldhof. Aansluitend ligt het natuurgebied Herperduin. Via de ecologische verbindingszone ’t Mun en ecoduct Herperduin staat Herperduin in verbinding met natuurgebied de Maashorst. Ze vormen zo samen een aaneengesloten natuurgebied met de naam Maashorst. De bossen bestaan voor het grootste deel uit productiebos met naaldbomen als lariks, fijnspar, grove den en douglasspar. Vogelwacht Uden inventariseert een groot deel van de Maashorst en omstreken. Er is een goede samenwerking,
Elk jaar worden alle reeds bekende nesten gecontroleerd en er wordt actief gezocht naar nieuwe nesten. In het winterhalfjaar wordt gezocht naar nesten die we eventueel in het broedseizoen gemist hebben. Er wordt al jaren geëxperimenteerd met camera’s op stok. We kunnen op deze manier veel gegevens verzamelen. Met de komst van Arno van Eggelen bij de werkgroep heeft het werken met camera op stok een enorme impuls gekregen. We kunnen nu met filmpjes vastleggen wat de nestinhoud is. Omdat dit maar enkele minuten in beslag neemt is de verstoring minimaal. Ook het gebruik van vaste nestcamera’s levert verrassende beelden op. Zo hadden wij dit jaar bij een leeg haviksnest meerdere malen een boommarter in beeld.
Resultaten onderzoek
De broedresultaten van de haviken van beide onderzoeksgebieden zijn in de onderstaande grafieken weergegeven.

Bernheze is het langstlopend onderzoeksgebied waarvan hier boven de broedresultaten zijn weergeven in de grafiek. Wat we kunnen aflezen is dat het aantal broedparen vrij stabiel is. Na een dip in 2022 en 2023 van het aantal jongen is er weer een stabiele lijn te zien in 2026.

De haviken in Oss, Herperduin en Maashorst-Noord laten in 2026 een gezonde, geconcentreerde kernpopulatie zien. Hoewel het aantal broedparen is afgenomen, zorgt de hoge jongenproductie ervoor dat de lokale populatie stabiel blijft.

Buizerd

Figuur 2 Buizerd Herperduin foto Theo van Orsouw
Hoewel dit onderzoek zich primair richt op de populatiedynamiek van de havik, zijn incidentele waarnemingen van de buizerd tijdens de veldrondes consistent geregistreerd. Het aantal intensief gevolgde buizerdterritoria binnen het onderzoeksgebied is met een bescheiden aantal paren weliswaar beperkt, maar de verzamelde data leveren waardevolle ecologische context. Tijdens de nestcontroles in 2026 werd sterk de indruk gewekt dat de buizerd lokaal een opvallend productief en succesvol broedjaar doormaakte. Dit lokale succes spoort aan bij de (boven)provinciale trends, waarbij de buizerd in 2026 optimaal lijkt te profiteren van een sterke regionale piek in de veldmuizenpopulatie. Het contrast tussen de stabiel krimpende havik populatie en de florerende buizerd onderstreept hoe de generalist (buizerd) in het huidige cultuurlandschap flexibeler reageert op tijdelijke voedselpieken dan de specialist (havik).
Sperwer

Figuur 3 Sperwer(M) bij Mortuarium aan de rand van Oss. Foto van Theo van Orsouw
Naast de buizerd is ook de sperwer tijdens het veldonderzoek in 2026 zijdelings gemonitord. Hoewel het om een bescheiden aantal waarnemingen gaat, valt er een duidelijke trend op: de sperwer is nagenoeg verdwenen uit de binnenzijde van de grotere bospercelen van Herperduin en de Maashorst-Noord. De soort concentreert zich daarentegen nadrukkelijk langs de bosranden en de overgangszones naar het stedelijk gebied van Oss. Het feit dat sperwers naar de randzones trekken, is biologisch gezien een logische keuze om buiten het bereik van de grotere havik te blijven.”
Torenvalk
Ondanks een goed muizenjaar bleven de broedresultaten van torenvalken in Heesch achter, met vier onbezette kasten en succes in slechts twee gebieden, wat duidt op lokale factoren, concurrentie of de keuze voor natuurlijke nesten. Deze opvallende trend, met zes jongen in de regio, contrasteert sterk met de hoge muizenstand, aldus de lokale waarnemingen. De landelijke trend laat zien dat onze lokale waarneming in Heesch dit jaar een grote uitzondering zijn op het landelijke beeld.
Raven onderzoek
Begin februari hoorde en zag ik de raven bij Rukven bij de Heeswijkse bossen nog meerdere keren. Maar daar was half februari geen spoor meer van te vinden. Het raven paar op Herperduin werden wel gespot en het nieuwe nest werd op 2 maart door Paul gevonden. Ook de boswachter Wouter van Dungen melde het dezelfde dag. Chapeau voor beiden.

Figuur 4 Raven jongen Herperduin foto Wouter van Dungen
Het succes van de raven in de Heeswijkse bossen komt pas later in beeld. Steven Geurts meldde verschillende waarnemingen nl. 1, 3, 9 en 21 juli- van het ravenpaar met twee jongen vliegend boven de bossen. Ook maakte hij een mooi filmpje van het viertal: twee ruiende adulte en twee kakelverse jongen, mooi strak in et pak.
Het raven koppel dat bij de Hooghei Berlicum werd bijgehouden door Johan Mees werd op 18 februari nog bij het nest gezien. Daarna zijn ze niet meer gezien in de omgeving van het nest.
Samenvatting
Belangrijkste inzichten uit het onderzoek:
- Gebiedsgerichte verschuiving: de haviken in Herperduin en Maashorst-Noord benutten de overgangszones naar het open en agrarische landschap rondom Oss optimaal voor de jacht.
- Compensatiegedrag: de hoge reproductie op de overgebleven nestlocaties compenseert het verlies van de verlaten territoria volledig. Dit duidt op een uitstekende conditie en ervaring van de resterende broedparen.
- Ecologische druk: de daling in nestaantallen blijft een belangrijk aandachtspunt. De toenemende druk van predatoren (zoals de boommarter en oehoe) en verstoring in de vroege nestfase (januari-maart) vereisen continue monitoring in deze specifieke deelgebieden.
Aanbevelingen voor het gebiedsbeheer
Om de vitale kernpopulatie van de havik in Bernheze en regio Oss (Herperduin en Maashorst-Noord) te behouden en de resterende achttien broedparen te beschermen, worden de volgende drie beheersmaatregelen geadviseerd:
- Tijdelijke rustzones: richt van 15 januari tot 15 mei flexibele rustzones in van 75 tot 100 meter rondom actieve nestbomen om verstoring tijdens de vroege balts en nestbouw te voorkomen.
- Aangepaste bosbouw: plan zware boswerkzaamheden en houtkap strikt buiten de broedperiode (buiten 1 januari – 15 juli) in de directe omgeving van de kernterritoria.
- Versterken van bosranden: ontwikkel gelaagde overgangszones (ecotonen) met struikgewas tussen het bos en het agrarisch gebied, zodat haviken dicht bij hun nest een rijk jachtgebied vinden.
Dankwoord:
Marcel Boerenkamp en John Vereijken, Boswachter Wouter van den Dungen, Rob Bijlsma, Peter van Geneijgen, Arno van Eggelen, Hans de Vosburchart, Linda Cuppen, Anja van Roosmalen, Eric van Dijk, Theo Brienen, Edward Sliwinski, Roofvogel werkgroep Uden, William van der Velden, Jan van den Tillaart, Rentmeester Rob Krabbe Heeswijkse bossen, Aafke Steenhuis, Martijn Griek Bosgroep Zuid, Steven Geurts, Peter van de Braak.
Fotografen: Theo van Orsouw, Wouter van den Dungen, Steven Geurts
Marieke Berkvens voor het doorlezen en het geven van verbetersuggesties.
En natuurlijk Paul Reijs mijn vaste fietsmaat. Dank jullie allen voor je bijdrage aan dit roofvogelonderzoekswerk.
Het verslag wordt toegezonden naar alle leden van Roofvogelwerkgroep Uden. Tevens wordt het opgeslagen op de website van Vogelwacht Uden en IVN Bernheze. Ook de twee gemeentes Bernheze en Oss krijgen dit verslag toegestuurd. In een eerdere mailing zijn de locaties van de roofvogelnesten gedeeld.
Zie hier fotoverzameling