Avondwandeling langs de Kromme Aar
Zaterdag 8 augustus
Gidsen: Daphne Geeve, Annemieke van Eeuwen en Kees l’ Ami
Voor de avondwandeling hadden zich ca. 30 mensen aangemeld! We vertrokken in drie groepjes, elk onder leiding van een gids.
Onze groep liep het rondje vanaf centrum Veenweiden, Bruins Slotsingel, zandpad langs de Kromme Aar tot aan het gemaal en terug via het Laarzenpad.
Annemieke wees ons hierbij op een aantal dingen waar je misschien ongemerkt langs zou lopen. Dankzij deze excursie kunnen ze je vanaf nu opvallen, waardoor het gebied van de wandeling boeiender wordt.
Een eerste voorbeeld is al meteen, links naast het fietspad, aan de overkant van de sloot en nog voor de brug over de Kromme Aar een omgevallen boom, waarvan de kluit rechtop is komen te staan. Hierdoor is een natuurlijke wand ontstaan waar de ijsvogel huist in zelf gegraven gangen. Bijzonder! De ijsvogel dankt zijn naam overigens niet aan voorliefde voor ijs maar aan zijn iriserende blauwe kleur die vooral tot uiting komt als er licht op de laag over het water vliegende vogel valt.
Meteen na de brug over de Kromme Aar, zien we de bladeren van de gele plomp en even verderop die van de waterlelie het wateroppervlak bedekken. Ze vormen zo een bescherming voor het waterleven daaronder. De waterlelie herbergt in de ronde bladeren het waterleliemotje, een “mineer”-insect; het graaft nl. gangetjes tussen de oppervlakkige en diepe laag van het blad in. Daarin legt het eitjes waaruit dan weer de waterlelievlinder komt.
Ondertussen zien we rechts de klis, een plant met met stekels bezette bloemen. Doordat deze blijven hangen aan de vacht van passerende dieren kan deze plant zich verspreiden.
Rechts van de dijk langs de Kromme Aar ligt het gebied lager, voordat het overgaat in de golfbaan. Er is hier een proces van aanlanding gaande. Door werkzaamheden en een zeer natte herfst was hier de waterstand twee jaar geleden veel hoger waardoor aanwezige bomen deels afstierven en in het water terecht kwamen. Door vervolgens weer verlaging van de waterstand ontstonden eilandjes met een vegetatie van riet, kattenstaart, braam, els, wilg en populier. Het geheel geeft een mooi, paars-roze gekleurd geheel van eilandjes, omzoomd met zompige oevers en waterpartijen daar weer langs.
Dicht langs de oevers vind je waterminnende, grote schermbloemige planten als engelwortel (volgens oude overlevering geneeskrachtig….) en berenklauw. Deze laatste is giftig, contact met de bladeren veroorzaakt grote blaren op de huid, en heeft grote zaden. Ook een schermbloemige is 10 cm hoge , spierwitte duizendblad, die iets verder van de oever gezien kan worden.
De oevers zelf zijn begroeid met riet. In dit riet kun je sleuven zien, gangetjes die vanaf het water, toegang bieden tot het land en vice versa. Het zijn een soort wissels voor het dierenleven dat hierdoor gemakkelijker toegang heeft tot land of water. Verder zijn oevers een schuil- en leefplaats voor insecten als libellenlarven die er drie jaar overdoen om van het larvestadium tot libelle te komen en de blauwe glazenwasser. Beide weer voedsel voor spitsmuizen en zwarte stern.
Libelles kunnen overigens niet lopen met hun zes poten; ze stijgen, vliegen en landen als helikopters.
Rietstengels blijven recht staan vanwege het feit dat de bladeren van het riet kunnen roteren en daardoor als een soort windvanen ervoor zorgen dat de wind geen zijwaartse kracht kan uitoefenen op de stengels. Probeer maar eens.
Merk verder op dat er langs de oevers van het water ook de nodige bomen staan waarvan de takken beschermend overhangen. Hiervan maken watervogels als fuut, eend, meerkoet en waterhoen gebruik bij de bouw van hun nesten.
Vanaf het gemaal Kromme Aar lopen we terug naar het bezoekerscentrum. We zien op het eerste stuk veel akkerdistel, de enige distel in Nederland die geurende roze-paarse bloemen heeft en daardoor veel insecten aantrekt. Wat we ook in het eerste deel langs de oever van het Laarzenpad tegenkomen is het harig wilgenroosje, een lange stengelige plant met pluizige vruchtjes, paarse bloempjes en harig aanvoelende bladeren. Op deze plant kun je nogal eens de groot avondrood, een nachtvlinder, aantreffen.
Een waterminnende boom die veel in het gebied te zien is is de els. Kenmerkend voor deze boom zijn de dicht opeen gepakte trosjes van bloemen en katjes, de bruine elzenproppen en de groene knoppen. Een insect dat hiervan leeft is het elzenhaantje.
Een andere veel voorkomende boom is de es. Kenmerkend voor deze boom zijn de grote hangende zaadtrossen.
Aan de droge zijde van het Laarzenpad zien we veelvuldig de bosrank, een klimplant met kleine helderwitte bloempjes en tevens de enig voorkomende liaan in Nederland.
Een boom die hier, aan het einde van het pad ook te zien is, is de vlier, herkenbaar aan zijn wat wanordelijk hangende bessentrossen. De twijgen van deze boom zijn hol, waardoor zijn er fluitjes van te maken zijn.
Wat verder nog opvalt zijn de heldergroene loten aan het uiteinde van de gesnoeide takken van onder andere de eik. Ze worden ook wel Sint Jansloten genoemd omdat ze meestal eind juni zichtbaar worden, rond de datum van Sint Jan (23 en 24 juni).
Al met al was het een leerzame wandeling en dan hebben we het nog niet eens gehad over het snijden van een flierefluitje, het maken van een zeilbootje uit een stuk blad van het riet en het bakken van een vlierbloesempannenkoek volgens de methode van Annemieke.
Tekst: Herman Rakers
Fotografie: Dick Warmerdam
