Vogels
Groencafé – Ooievaars in Nederland
Op donderdagavond 26 februari deden Annemiek en Wim van de stichting STORK een boekje open over ooievaars. STORK is een vrijwilligers-organisatie die zich inzet voor de bescherming van ooievaars en voor goede voorlichting over deze nu weer veel voorkomende vogel. Wat is Nederland, maar zeker Zuidwest Drenthe zonder ooievaars? Ze zijn terug van weg geweest. Niet alleen hier, maar in heel Europa. Ze worden gezien in de nabijheid van menselijke activiteit en langs de randen van bewoonde gebieden. Ze broeden op aangeboden paalnesten, maar ze bouwen ook zelf hun nesten in bomen en op bouwwerken. In de zomer zoeken ze achter de maaimachines hun voedsel in graslanden. Zo leiden ze een zichtbaar bestaan, waardoor bijna iedereen de ooievaar kent én er een mening over heeft.
Annemiek en Wim namen de aanwezigen in woord en beeld mee door een ooievaarsseizoen en volgden het ooievaarsleven van ei tot volwassenheid. Er werd gekeken naar broedsucces en overleving, naar voedsel en foerageergedrag, naar trekgedrag en overwintering.
Verslag van de avond door Tineke
Omdat er in de jaren 60 bijna geen ooievaars in Nederland waren vanwege gebruik van DDT is in de jaren 80 een herintroductie programma gestart, wat ervoor gezorgd heeft dat er nu bijna overal in Nederland ooievaars te bewonderen zijn. Deze herintroductie was in samenwerking met vele organisatie waarbij STORK de spin in het web was. Stork staat voor Stichting Ooievaars Reseach en Knowhow.
De eerste ooievaars zijn inmiddels weer in het land teruggekomen. Dit zijn meestal de mannetjes. Ze proberen de vrouwtjes te lokken met klepperen en nek strekken. Ooievaars kunnen niet fluiten vandaar dat geklepper. De ooievaars zijn meer gebonden aan het nest waar ze broedden en zijn niet kieskeurig met welke vrouw. Als er twee eieren zijn gelegd beginnen ze te broeden, dat betekent dat er tussen het uitkomen van de eieren wel veel tijdsverschil kan zijn bij meerdere legsels. Uiteindelijke broedtijd is 33 dagen. Gemiddeld komen er 3 jongen uit. Ze worden gevoed doordat de ouders voedsel uitspugen in het nest en de jongen dan zichzelf moeten redden met eten. De ouders geven via de bek water rechtstreeks aan de jongen.
In tegenstelling wat veel mensen denken is niet de kikker het hoofdvoedsel van de ooievaar. Ze eten voornamelijk regenwormen, slakken, insecten en zelfs rivierkreeften en in droge tijden meikevers. Ook ruimen ze kadavers op en soms vangen ze een mol en die verdrinken ze eerst voordat die wordt opgegeten. Ook verwarren ze elastieken van de postbode vaak als regenwormen. Ooievaars verteren wel de botjes van beesten, maar niet de schillen van torren etc. Wat ze niet verteren komt er als een braakbal weer uit. In de pauze kunnen we de braakballen bewonderen en zien duidelijk de resten van de rivierkreeft, de meikever en torren en zelfs de post-elastieken.
Als de jongen 5 – max. 6 weken oud zijn moeten ze geringd worden. Dat tijdstip is belangrijk omdat de poten dan dik genoeg zijn en als men ze uit het nest pakt, de vogels zich nog dood houden, zodat ze gemakkelijk te ringen zijn. Men gaat ze dan ook wegen en de snavel opmeten, wat dan landelijk wordt bijgehouden. De ringen van voor 2010 zijn van aluminium, maar daar konden maar vier cijfers op, dus is men over gestapt op de zwarte ringen, die duidelijk met een verrekijker afleesbaar zijn.
De helft van het legsel haalt het niet. Gemiddeld vliegt er anderhalve jonge ooievaar uit. De jongen gaan eerder op trektocht dan de ouders en vliegen alleen op thermiek. Op de trektocht lopen ze vele gevaren zoals jagers, het verkeer, hoogspanningsmasten en draden. Ze blijven op hun overwinter gebied tot ze geslachtsrijp zijn en dan vliegen dan pas weer terug.
Na allerlei vragen te hebben beantwoord eindigen we met de vraag waarom er een ooievaar in de tuin staat als er een baby is geboren. Het verhaal gaat dat als er iemand is overleden, de ziel van die persoon naar de hemel stijgt. Omdat ooievaars heel hoog vliegen gaat het verhaal dat als er een baby geboren is, die heeft nog geen ziel, de ooievaar een ziel uit de hemel haalt en naar die baby brengt. Al deze prachtige verhalen werden nog mooier gemaakt door geweldige foto’s van de ooievaars.
Tekst: Tineke Faber | Foto: Ingeborg van Kints