Bijen
Door de ogen van een tuinvrouw
Hommels en zo
In het boek: ‘Een verhaal met een angel’ van Dave Goulson lees ik allerlei bijzonders over bijen en hommels. De auteur kan heel boeiend te vertellen; het begint al met herinneringen uit zijn jeugd. Daar zitten best griezelige verhalen bij over pogingen tot het opzetten van dieren en experimenten met hersenlepeltjes, tangen om botten door te knippen en het maken van ’smeer’: ”een waanzinnig brouwsel van stroop, bier, bruine suiker, vanille-extract, perendrups en rum of cognac, plus ongeveer alles wat je maar lekker vindt, zolang het maar een bedwelmend aroma oplevert.”
In het hoofdstuk Bijenvijanden vertelt hij dat mannelijke bijen geen angel hebben, en dat je met enige kennis van zaken de mannetjes kunt herkennen aan toefjes geel haar op hun kop en aan het feit dat het er veel zijn. Je kunt ze met de hand vangen en je vrienden verbazen door je moed. Je vertelt er dan bij dat hommels je zo vertrouwen dat ze je niet steken.
Natuurlijke bijenvijanden zijn o.a. de bijeneter en de klauwier. Bijeneters vangen de hommels in de lucht en bijten de angels er met hun scherpe snavel af. Maar zulke vogels zal je in een gemiddelde tuin niet gauw aantreffen. Koolmeesjes wel, en die zijn ook levensgevaarlijk…
Het meest gruwelijke verhaal gaat over dode hommels onder een boom met lindebloesems. De achterkant van de kopjes van de hommels was opengemaakt en de hersentjes waren er uitgehaald. Het achterlijf was ook opengemaakt en uitgehold. Dit alles bleek het werk van een gezin koolmezen, dat kennelijk had geleerd de steken te vermijden. Daarbij waren de hommels enigszins aangeschoten door de nectar van de bloesem en ze vormden zo een gemakkelijke prooi. Een feestmaal voor de koolmees-jongen…
Wat is de natuur toch wreed!
Ellen Smal