Door de ogen van een tuinvrouw
Hoe kom ik de winter door? Is de winter een saai seizoen? Tja, voor wie graag haar handjes laat wapperen is de tuin in de winter wel saai. Maar het is ook een tijd van bezinning en er blijft zelfs tijd over om te lezen. Deze diepzinnige overdenking komt van Henry David Thoreau (1817-1862), Amerikaans schrijver:
“Het is het huwelijk van de ziel met de natuur die het brein vruchtbaar maakt en geboorte geeft aan de verbeelding.”
Tikje hoogdravend misschien? En tegelijkertijd erg mooi!
Voor het echt winter werd heb ik het herfstblad uit de vijver gevist en er alvast rietstengels in laten zakken zodat de kikkers niet doodvriezen. Als de vijver diep genoeg is hoeft dat niet, maar ik heb meegemaakt dat er na een periode met strenge vorst opgeblazen kikkers naar boven kwamen drijven. Gestikt doordat er geen zuurstof meer was en de verstikkende gassen die ontstaan bij de verwerking door bacteriën van organisch afval hun werk deden. Heel naar om die lijkjes te moeten verwijderen. Verder heb ik de uitgebloeide stengels en andere resten van planten zoveel mogelijk laten staan. En natuurlijk een rommelhoek voor de egel bewaard.
In het herfstnummer van Natura schreef ik over het leeggeroofde nest van de heggenmus. En op de dag dat die Natura bij mij in de bus viel zag ik zowaar ineens een heggenmus de broodkruimels die ik elke dag op de stoep strooi oppikken. Er is dus een exemplaar dat het heeft overleefd, of is dit een nieuwe bewoner van de heg? In de winter komen er ook andere bezoekers kijken of er wat te halen valt: merels, kool- en pimpelmezen en de brutale roodborst. Erg leuk om de afdruk van vogelpootjes in de sneeuw te bekijken als het dit jaar gaat sneeuwen. Helaas komt dat niet zo vaak meer voor*. “Mijn” merels zijn stadsvogels en die zingen een toontje hoger dan hun soortgenoten in het bos; waarschijnlijk om verkeerslawaai te overstemmen. Bij een vogelexcursie van de KNNV vroeg de excursieleider ons wat voor vogel we hoorden. Geen idee. Het was de merel! Hetzelfde geluid waar ik elke ochtend in de lente wakker van word, maar in het bos herkende ik het niet…
Vita Sackville-West noemt in haar boek ‘In de tuin’ de maanden december, januari en februari de ergste maanden voor vogels. Ze moeten terugvallen op de bes-dragende planten schrijft ze. Ze noemt de rosa rugosa, een struik die in een natuurlijke tuin niet misstaat. Het nadeel is wel dat die rozen nogal wat plaats innemen. Verder breekt ze een lans voor het lelietje van dalen, dat zou ik zeker niet iedereen aanraden, omdat “planten inderdaad hoogst onberekenbaar zijn” zoals ze schrijft. Nee, dan sneeuwklokjes, daar kun je er niet genoeg van hebben. Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Vita schrijft dat je ze moet opgraven en delen als de bloemen net zijn uitgebloeid, dit in tegenstelling tot andere bolgewassen waarbij je het loof juist moet laten verwelken. Mijn voorkeur gaat uit naar de soort die in Nederland het eerst verwilderde, de Galanthus nivalis. Sneeuwklokjes zijn stinzenplanten, maar dat wist u vast al. En wat is er mooier dan in die kale wintertuin de eerste sprietjes van de klokjes te ontdekken? Voor mij betekent het de belofte dat de lente in aantocht is.
Zo kom ik de winter wel door en u ook hoop ik.
Ellen Smal