Omgangsregels IVN Best

  1. IVN Best staat voor goede omgangsvormen.
    Respect voor elkaar, gelijkwaardigheid, integriteit, eerlijkheid en veiligheid vormen hierbij de centrale begrippen. Dit vormt de basis voor de omgangsregels, die we binnen IVN Best hanteren.
  2. Onder ongewenst gedrag wordt verstaan: geweld, agressie, bedreiging, discriminatie, pesten, seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik.
    Deze vormen van ongewenst gedrag kunnen een fysieke, psychische of verbale uitingsvorm hebben. Ook ongewenste aandacht, discriminerende, seksistische of andere beledigende of krenkende opmerkingen of grappen – mondeling, schriftelijk of via de moderne media - worden als ongewenst gedrag beschouwd.
  3. Ongewenst gedrag wordt binnen IVN Best niet getolereerd. 
    Dit geldt voor IVN-leden en voor de deelnemers aan IVN-activiteiten. Hierbij gelden de normen en waarden die binnen de Nederlandse samenleving als ‘normaal’ worden beschouwd. Alle betrokkenen worden geacht elkaar met respect voor eigenwaarde te benaderen en te behandelen.
  4. Een IVN-lid neemt zelf geen initiatief tot ongewenst gedrag en accepteert geen ongewenst gedrag van andere leden of deelnemers.
  5. Een IVN-lid dat (mede) de leiding heeft gedurende een IVN-activiteit, heeft het recht om personen die zich schuldig maken aan ongewenst gedrag onmiddellijk uit te sluiten van verdere deelname aan de betreffende activiteit.
  6. Het bestuur is gerechtigd om een IVN-lid wegens ongewenst gedrag te royeren als lid. Evenzo kan het bestuur ook iemand die aan een IVN-activiteit deelneemt uitsluiten van verdere/toekomstige deelname aan activiteiten, indien hij of zij zich schuldig maakt aan ongewenst gedrag tegenover IVN-leden of andere deelnemers.
  7. In geval van ongewenst gedrag kan elk IVN-lid, of de deelnemer van een IVN-activiteit in de rol van slachtoffer / ouder / verzorger / getuige, daarvan melding maken bij een bestuurslid van de IVN Best.
  8. In ernstige gevallen wordt in overleg met het slachtoffer melding/aangifte gedaan bij de politie.
  9. In overleg met het slachtoffer neemt het bestuur gepaste maatregelen. Dit kan in de vorm van een gesprek, waarschuwing, berisping, royement of ontzegging van toegang.
  10. Het slachtoffer en de melder worden geïnformeerd over de wijze waarop de melding of klacht is afgehandeld door het bestuur.
  11. Het bestuur draagt er zorg voor dat IVN-leden de inhoud van deze omgangsregels kennen. Ook zorgt het bestuur ervoor dat deelnemers aan IVN-activiteiten van deze regels kennis kunnen nemen.
  12. Zo vaak als nodig, maar ten minste één keer in de drie jaar worden deze regels geëvalueerd door het bestuur en zo nodig bijgesteld.