Bonen

Groentetuin IVN Zeewolde

Algemeen

Bonen horen bij de Vlinderbloemfamilie. ( De bloemen lijken een beetje op vlinders.) De planten houden van warmte, je kan ze pas vanaf mei zaaien en opkweken.

Ze leveren eiwitrijk en lekker voedsel. Er zijn veel soorten. Op onze IVN groentetuin hebben we tuinbonen, snijbonen, sperziebonen en klimsperziebonen.

Tuinbonen

Tuinbonen kun je al vroeg (in maart) in huis in potjes zaaien en de plantjes later buiten uitplanten. Na de bloei ontstaan peulen met daarin bonen. Als de bonen rijp zijn (in juni), dan pluk je de peulen en haalt de zaden uit de peul. De zaden eet je, de peul niet. Tuinbonen hebben een kenmerkende smaak, je kan ze gekookt eten met bijvoorbeeld een saus van sinaasappelen en mosterd. Als je wat te lang wacht met bonen plukken, dan worden de bonen in de peul dik. Als je die dikke bonen kookt en opeet dan heb je last van het buitenste huidje van de boon, dat is taai. Je kunt dat voorkomen door voor het koken dat buitenste huidje van de boon er af te peuteren. Dat heet dubbel doppen. Dat is nogal veel werk, dus het is handiger om tuinbonen jong te oogsten.

bonenbonen bed

 

 

 

 

 

 

Snijbonen

Zaaien in mei in potjes en na half mei uitplanten rondom stokken. Het is een klimplant, die zich rond de stok omhoog werkt; dat gaat altijd op dezelfde manier, rechtsom.

Soms moet je het plantje even helpen om de stok te vinden, maar als er eenmaal een begin is, dan gaat het klimmen snel: in een paar weken is de plant boven in de stok.

Dan worden er bloemen gevormd en ontstaan er kleine peultjes, 4 of 5 bij elkaar, die na verloop van tijd wel 15 cm. lang worden. Dan kun je ze plukken.

Als je ze op wilt eten, moet je eerst de puntjes van de peulen snijden, de peulen afspoelen en dan in smalle reepjes snijden. Daarom heten ze snijbonen. Dan moeten ze in water worden gekookt, niet te lang, ongeveer 15 minuten, dan zijn ze klaar om gegeten te worden. Erg lekker met een beetje mosterd en/of een klontje roomboter.

We eten dus de peul met de hele kleine boontjes die in de peul zitten. Als je de peulen niet plukt, maar aan de plant laat hangen, dan groeien de boontjes in de peul, de peulen drogen uit en springen uiteindelijk open, zodat de boontjes ( de zaden ) op de grond vallen en opnieuw kunnen kiemen, want dat is wat de plant wil: zich voortplanten.

Je kunt ook de gedroogde peulen plukken, de rijpe boontjes er uit peuteren en die of bewaren om volgend jaar opnieuw te zaaien, of om ze te bewaren en in de winter op te eten. Dan moet je ze een nacht in water weken en dan koken. Lekker met tomatensaus. 

bloeiwijze boonbonen

 

 

 

 

Sperziebonen

 Zaaien in mei, in potjes, na half mei uitplanten op rijtjes, of direct in de tuin zaaien. Er zijn soorten die struikjes vormen, dus laag blijven, maar er zijn ook soorten, die net als snijbonen, langs een stok omhoog willen klimmen. Dat zijn de klimsperziebonen. Het leuke daarvan is, dat je als het ware verticaal tuiniert. Van een klein grondoppervlak krijg je dus heel veel bonen!

We eten de peultjes met de zaden er in. Je moet van de peultjes de puntjes afsnijden en dan in water koken. De combinatie van verse jonge sperzieboontjes met nieuwe aardappelen is erg lekker.

Voorteelt

Omdat bonen pas vrij laat gezaaid kunnen worden – in mei - kun je vooraf nog andere groenten zaaien, bijv. sla en raapstelen. Die zaai je tussen de bonenstaken. Als je later de bonenplantjes heb uitgeplant, dan duurt het nog even voordat die bonen zo hoog langs de stokken zijn geklommen, dat ze het licht voor de sla en de raapstelen wegnemen. Dus die groenten groeien door en kun je oogsten. Zo benut je de tuingrond optimaal.

Raapstelen

Kruisbloemenfamilie. Met raapstelen worden jonge plantjes van diverse koolsoorten bedoeld, die als jonge blaadjes worden gegeten.Eind maart, begin april zaaien, rechtstreeks in de grond, op rijen of over het hele vak. Als het goed weer is, dan groeit het snel en kun je al na 30 a 35 dagen oogsten!

Oogsten doe je met een gewone schaar. Als je niet te diep afknipt, dan kan het plantje verder groeien en kun je nog een keertje knippen.

Rauw eten, als stamppot.

Er zijn veel mee eters: aardvlooien (maken kleine ronde gaatjes), bladrandkevertjes (nemen hapjes uit de bladranden, zodat de blaadjes een gekartelde rand krijgen. Weinig aan te doen, deze beestjes zitten in de grond. Als de koolwitjes gaan vliegen, dan kun je de raapstelen afdekken met insectengaas, zodat het vlindertje haar eitjes niet kan afzetten.

rups in bonenvlinder